Baby ABC


dauwworm

vorm van huiduitslag die gekenmerkt wordt door vochtige, ringvormige, rode en gezwollen vlekken in het gezicht, waarop zich soms korsten vormen. Deze vlekken veroorzaken vaak hevige jeuk. Dauwworm manifesteert zich meestal voor het eerst als een baby tussen één en vier maanden oud is. De aandoening verdwijnt doorgaans weer in het derde levensjaar. In de tussenliggende periode kan dauwworm in wisselende mate klachten veroorzaken. De aandoening berust op een erfelijke aanleg en ontstaat door inwerking van prikkels van buitenaf, zoals temperatuurwisselingen, inspanning en huisstof. In individuele gevallen is het evenwel niet altijd precies uit te maken op welke prikkels een kind reageert. Wanneer duidelijk is welke prikkels de dauwworm veroorzaakt, kan blootstelling daaraan worden vermeden of beperkt, waardoor de klachten beheersbaar blijven. Jonge kinderen die aan dauwworm lijden, hebben vooral last van de jeuk. Soms leidt deze jeuk tot grote onrustigheid en veel huilen bij baby’tjes. Dauwworm is niet te genezen, maar de verschijnselen ervan, m.n. de jeuk, is doorgaans goed behandelbaar met teerhoudende zalven of met crèmes die corticosteroïden bevatten.

difterie
infectie, veroorzaakt door de bacterie Corynebacterium diphtheria, waarbij de slijmvliezen van de neus- en keelholte bedekt kunnen worden met een grijswit vlies dat het ademen bemoeilijkt. De ziekte wordt overgebracht door hoesten. Difterie (vroeger ook wel kroep genoemd) is vooral ernstig bij kinderen tot circa 10 jaar. Tussen de beide wereldoorlogen was difterie in West-Europa en Noord-Amerika zelfs de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen tussen vier en tien jaar oud.
Bij difterie lopen kinderen het risico van aantasting van de hartspier en het zenuwstelsel, maar ook van verlamming en verstikking. Ook kunnen er complicaties optreden, zoals longontsteking. Er zijn diverse varianten van difterie, zoals neus-, keel- en huiddifterie. De symptomen zijn zeer wisselend. Symptomen zijn bijvoorbeeld:
•    moeilijk slikken;
•    stinkende adem;
•    bloederig slijm uit de neus (bij neusdifterie);
•    grijswit vlies achter in de keel (bij keeldifterie);
•    hoestaanvallen;
•    lichte koorts;
•    opgezwollen nekvel.
Pasgeboren baby’tjes zijn tot circa 6 maanden dankzij de immuniteit van de moeder beschermd tegen difterie. Sinds 1952 worden kinderen in Nederland systematisch op jonge leeftijd ingeënt tegen difterie (zie -> DKTP en -> DTP). Aangezien deze vaccinatie vrijwel volledige bescherming tegen de ziekte biedt, is difterie in Nederland uiterst zeldzaam geworden.

 


diksap
geconcentreerd vruchtensap waaraan geen suiker is toegevoegd. De diksap kan met water worden  verdund tot een drankje voor kinderen vanaf circa 3 of 4 maanden. Er zijn diverse soorten diksap, zoals appeldiksap en perendiksap.

DKTP
afkorting van Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Poliomyelitis. In zijn eerste levensjaar wordt een kind volgens het Rijksvaccinatieprogramma met vier entingen – op 3, 4,5  en 11 maanden - ingeënt met het DKTP-vaccin. Het DKTP-vaccin biedt vrijwel volledige bescherming tegen difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis.. Op 4- en 9-jarige leeftijd vindt er een herhalingsvaccinatie voor Difterie, Tetanus en Poliomyelitis (DTP) plaats.
Ieder kind ontvangt hiervoor een oproep van de Provinciale Entadministratie. De (gratis) vaccinatie wordt gegeven bij het consultatiebureau of de GGD. Bij de DKTP-vaccinatie kan de huid rond de plaats waar geprikt is rood worden. In reactie op de DKTP-vaccinatie kan een kind lichte verhoging hebben en een paar dagen hangerig worden.

dopen
kerkelijke plechtigheid waarbij een baby’tje door besprenkeling met water door een predikant of pastoor ceremonieel wordt opgenomen in de geloofsgemeenschap.

draagdoek
doek waarin men een baby’tje of heel jong kind op de buik/borst draagt. Het hoofdje van het baby’tje, dat niet onder een jas o.i.d. verborgen mag worden, moet zich op borsthoogte bevinden. Een draagdoek is primair bedoeld om met een baby’tje te lopen (waarbij het baby’tje in voldoende mate met de hand wordt ondersteund.)
Baby’tjes zijn kwetsbaar en mede naar aanleiding van een aantal ernstige ongevallen met baby’tjes die op de fiets in een draagdoek of -zak vervoerd werden, heeft de Stichting Consument en Veiligheid in de campagne ‘Veilig op weg’ het vervoer van baby’tjes in de draagdoek op de fiets ontraden: ‘Het fietst erg ongemakkelijk, je fiets wordt erg instabiel en àls je valt is je kind op geen enkele manier beschermd.’ (Bron: www.veilig-op-pad.nl) Elders wordt eveneens ontraden het dragen van een kind in een draagdoek tijdens het koken, in de auto of op de motor of de fiets.

draagzak
op de buik (buikdraagzak of buikdrager) of ook wel op de rug (rugdraagzak) gedragen zak waarin men een baby vanaf ca. 6 weken met zich mee kan dragen. Een goede draagzak voldoet volgens de Stichting Consument en Veiligheid aan een aantal criteria, zoals:
•    hij  moet goede steun bieden aan baby’s ruggetje en hoofdje;
•    hij moet met eendraagband stevig kunnen worden bevestigd
•    het kind moet niet naar opzij kunnen wegglijden
•    de beengaten moeten zich niet hoger bevinden dan het zitvlak
Het hoofdje van een baby’tje dat in een draagzak wordt vervoerd, mag niet onder een jas o.i.d. worden gedaan
Baby’tjes zijn kwetsbaar en mede naar aanleiding van een aantal ernstige ongevallen met baby’tjes die op de fiets in een draagdoek of -zak vervoerd werden, heeft de Stichting Consument en Veiligheid in de campagne ‘Veilig op weg’ het vervoer van baby’tjes in de draagzak op de fiets ontraden. (Bron: www.veilig-op-pad.nl).

dreumes
klein kind, tegenwoordig vaak als min of meer liefkozend woord gebruikt.

driftbui
korte uitbarsting van boosheid, bijvoorbeeld uit frustratie. Als peuters zich bewust worden van hun eigen wil en als ze in voorkomende gevallen vinden dat hun ouders of verzorgers daar naar hun idee geen rekening mee houden, kunnen ze boos worden en driftbuien ontwikkelen. Ook kunnen driftbuien ontstaan als iets niet lukt Een driftbui kan soms een extreme vorm aannemen: adem inhouden, flauwvallen.
Driftbuien van kinderen zijn een vorm van ongewenst gedrag, maar reageren kan uiterst lastig zijn. In het algemeen geldt:
•    Het driftige kind alsnog zijn zin geven, is een beloning van ongewenst gedrag en zal doorgaans leiden tot herhaling van de driftbuien. Hierdoor kan een onhandelbaar kind ontstaan. Consequent blijven is dan ook van groot belang: wat niet wordt toegestaan voordat het kind driftig wordt, is ook niet toelaatbaar als het kind eenmaal driftig is geworden.
•    Het is van belang dat ouders of verzorgers zelf rustig blijven: zelf eveneens driftig worden of gaan dreigen, boos worden, schelden en erger leidt tot een escalatie van de situatie en tot een machtsstrijd tussen ouder en kind met een winnaar en een verliezer.
•    Het kind afleiden en de aanleiding van de driftbui relativeren zijn strategieën om een driftbui te laten overgaan. Het is van belang om na afloop van de driftbui nog eens terug te komen en samen met het probleem onder woorden te brengen.
Veel kinderen hebben last van driftbuien. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van alle tweejarigen regelmatig driftig is. 

duimzuigen
op de duim of op vingers zuigen, een handeling die kinderen een gevoel van veiligheid en rust geeft. Over de dieperliggende oorzaken van duimzuigen zijn de meningen verdeeld. Sommige onderzoekers hebben erop gewezen dat duimzuigen in bepaalde culturen in het geheel niet voorkomt en dat het in de culturen waarin het wel voorkomt duidt op een structureel onbevredigd gevoel. Andere onderzoekers wijzen erop dat duimzuigen niet meer of minder is dan een bevrediging van de fysieke zuigbehoefte die het kind is aangeboren.
Duimzuigen komt vooral voor bij jonge kinderen, tot ongeveer twee jaar. In veel gevallen verdwijnt dit gedrag vanzelf als kinderen ouder worden. Als dat niet het geval is of als het duimzuigen – ook bij jongere kinderen - zeer intensief plaatsvindt, kan dit onder meer leiden tot gebitsafwijkingen en spraakgebreken. Door fanatiek duimzuigen kunnen de voortanden van het bovengebit naar voren groeien terwijl de voortanden van het ondergebit naar achteren kunnen groeien. Duimzuigen kan ook lispelen tot gevolg hebben, waarbij de sis-klanken met een eigenaardig gesis worden uitgesproken.
Algemeen wordt geadviseerd het duimzuigen vanaf het tweede levensjaar af te leren. Het kind is dan oud genoeg voor conditionering en het kan het duimzuigen worden afgeleerd met een attenderings- en beloningssysteem: het kind erop wijzen dat het op zijn duim zuigt en dat dit kwalijke gevolgen kan hebben voor zijn tandjes en het kind belonen als het het duimzuigen opgeeft. Als het kind bij het in slaap vallen op zijn duim zuigt, kan men proberen een alternatief aan te bieden, een knuffel of desnoods een fopspeen, die minder schadelijk is voor de ontwikkeling van het gebit.

dyslexie
het onvermogen om letters te herkennen en tot een conventioneel woordbeeld samen te voegen. Daardoor worden woorden fout gelezen of geschreven. Dyslexie wordt veroorzaakt door een coördinatiestoornis in de hersenen. Dyslectici hebben evenwel een normale intelligentie. Kinderen met dyslexie lopen het risico een taalachterstand en daardoor een onderwijsachterstand op te lopen. Daarom is het van belang dyslexie in een vroeg stadium te onderkennen. Wanneer een kind in groep 4 bij een aantal basisvaardigheden op het gebied van lezen en spellen sterk achterblijft, kan het raadzaam zijn een dyslexietest te laten afnemen.

 


<< Vorige pagina








Het mysterie van de persoonlijkheid
Het ontdekken van de persoonlijkheid van je baby is niet makkelijk. Eigenlijk weet niemand nog precies hoe een persoonlijkheid ontstaat, welke types je in persoonlijkheden kunt onderscheiden en hoe je precies een persoonlijkheid in kaart kunt brengen. Een ding is wel duidelijk: een persoonlijkheid is uniek en een van de mysteries van het leven. Meer


 

Lees ook:

Contact | Adverteren | Algemene voorwaarden | Colofon | Copyright | Aanmelden magazine | Zoeken