Wij zitten nog te eten, zoonlief is al klaar.
'Ik zal jullie wel even voor-lezen', kondigt hij aan. En hij sleept het een na het andere - vuistdikke - boek uit de boekenkast.
Hij slaat het eerste boek open, kijkt er even in en begint:
'Op een dag...'
Als een echte spreker kijkt hij ons om beurten aan, deels om onze reactie te peilen, deels om te zien of we wel luisteren.
'... was het een groot kabaal in de stad.'
(heeft hij dit van pinkeltje-jip & janneke- de tv?)
In mijn bewoordingen is het in elk geval nooit 'een groot kabaal in de stad'.
'Het wordt nu wel een beetje eng, mama.'
Ik doe alsof ik het idee alleen al bijna niet kan verdragen en zijn ogen glimmen van het plezier. Wat is er heerlijker dan alle ogen op je gericht en woorden die aankomen?
Ik denk aan het praatje dat ik die week zelf hield op een boekpresentatie, en hoe lekker dat FLOW-et als iedereen luistert, lacht als het grappig is en na afloop vertelt dat het leuk was.
En zie hier mijn zoon met diezelfde FLOW in zijn stem.
'Er kwamen HEK... SEN'
Hij voert de spanning op.
'En SPO... KEN'
Nee, griezelen wij.
'En HE-LE GROTE REU'... ZEN'
'En een slang!'
Hij slaat het boek met een klap dicht.
'UIT! Vond je het eng mama?'
Tevreden concludeert hij dat ik het maar wat eng vond en gaat verder met het volgende boek, en het volgende...
|