Duimzuigen

Op de duim of op vingers zuigen, een handeling die kinderen een gevoel van veiligheid en rust geeft. Over de dieperliggende oorzaken van duimzuigen zijn de meningen verdeeld. Sommige onderzoekers hebben erop gewezen dat duimzuigen in bepaalde culturen in het geheel niet voorkomt en dat het in de culturen waarin het wel voorkomt duidt op een structureel onbevredigd gevoel. Andere onderzoekers wijzen erop dat duimzuigen niet meer of minder is dan een bevrediging van de fysieke zuigbehoefte die het kind is aangeboren.
Duimzuigen komt vooral voor bij jonge kinderen, tot ongeveer twee jaar. In veel gevallen verdwijnt dit gedrag vanzelf als kinderen ouder worden. Als dat niet het geval is of als het duimzuigen – ook bij jongere kinderen – zeer intensief plaatsvindt, kan dit onder meer leiden tot gebitsafwijkingen en spraakgebreken. Door fanatiek duimzuigen kunnen de voortanden van het bovengebit naar voren groeien terwijl de voortanden van het ondergebit naar achteren kunnen groeien. Duimzuigen kan ook lispelen tot gevolg hebben, waarbij de sis-klanken met een eigenaardig gesis worden uitgesproken.

Algemeen wordt geadviseerd het duimzuigen vanaf het tweede levensjaar af te leren. Het kind is dan oud genoeg voor conditionering en het kan het duimzuigen worden afgeleerd met een attenderings- en beloningssysteem: het kind erop wijzen dat het op zijn duim zuigt en dat dit kwalijke gevolgen kan hebben voor zijn tandjes en het kind belonen als het het duimzuigen opgeeft. Als het kind bij het in slaap vallen op zijn duim zuigt, kan men proberen een alternatief aan te bieden, een knuffel of desnoods een fopspeen, die minder schadelijk is voor de ontwikkeling van het gebit.