Potje

Voorwerp waarop kleine kinderen leren plassen en poepen. Een kind is er aan toe om op het potje te leren plassen of poepen als het zich regelmatig bewust is van de eigen aandrang om te plassen of te poepen.

Deze bewustwording begint ermee dat het kind van te voren zegt dat het ‘moet’ plassen of poepen : ‘Het kind staat stil, ze pakt zichzelf vast en haar gezicht wordt rood. Ze kijkt je misschien aan en maakt waarschuwende geluiden.’ (Uit: Penelope Leach, Baby en kind, Het complete praktische handboek voor de verzorging van uw kind. Kosmos- Z&K Uitgevers. ISBN 90 215 30937) Het heeft geen zin om een kind bij wijze van zindelijkheidstraining vóór die bewustwording van de eigen natuurlijke behoeften een potje aan te bieden.

Potjes bestaan er in soorten, maten, vormen en kleuren en er zijn zelfs potjes waar een muziekje uitkomt. Het enige dat bij een potje echt telt is echter het (zit)comfort. Het potje moet lekker zitten en veilig en stevig aanvoelen, al zit ze erop te wiebelen. Het moet niet te snel omkieperen en natuurlijk gemakkelijk schoon gemaakt kunnen worden. Een jongetje heeft een model nodig dat van voren hoger is.