Uitwendige draaiing

Als je kindje in stuitligging ligt, kan de verloskundige proberen hem door middel van een uitwendige draaiing in de goede positie te krijgen. Dit noemt men ook wel versie. Hierbij duwt de verloskundige van buiten hard tegen je buik en je baby daarin om hem zo rond te kunnen draaien. De beste periode om een uitwendige draaiing uit te voeren is rond de 36 weken zwangerschap.

Er is dan voor je kindje nog net genoeg ruimte in de baarmoeder om te kunnen draaien, maar er is niet meer zoveel ruimte dat hij makkelijk weer terug kan draaien. Bij een draaiing wordt er eerst een echo gemaakt om te kijken hoe je baby precies ligt. Ook na de draaiing wordt er met een echo naar de ligging gekeken. Tijdens het draaien controleert de verloskundige ook steeds de hartslag van je kindje. Het kan namelijk zijn dat zijn hartslag tijdelijk daalt.

Dit hoeft geen probleem te zijn, maar het mag niet te lang duren. Heel soms treden er complicaties op na een draaiing. Je wordt dan in het ziekenhuis opgenomen en het is mogelijk dat je moet bevallen of een keizersnede moet ondergaan.

Draaien is geen prettig gevoel, maar de pijn is te doen. Vaak heb je de dag erna een beurse buik. Je kunt paracetamol nemen tegen de pijn.