Zindelijkheidstraining

Training van een jonge kind die erop gericht is dat het kind zindelijk wordt en op een potje of de wc gaat poepen en plassen. Zindelijkheidstraining is pas zinvol wanneer een kind zich bewust is van zijn of haar ontlasting en min of meer controle krijgt over de sluitspier en de blaasspieren.

Doorgaans is een kind zich niet eerder bewust van zijn of haar ontlasting dan wanneer het 15 maanden oud is. Voor die tijd is zindelijkheidstraining dan ook verspilde moeite. Sterker nog: als men te vroeg begint met zindelijkheidstraining, kan dit leiden tot onzekerheid bij het kind en zelfs problemen opleveren met het zindelijk worden.

Pas wanneer een peuter waarschuwt dat hij of zij moet poepen of plassen of dat hij of zij aan het poepen of plassen is, is het zinvol hem of haar een potje aan te bieden. Door het kind te ‘belonen’ door te zeggen dat het al ‘zo’n grote jongen’ of ‘zo’n groot meisje’ wordt als het zijn of haar behoefte op een potje heeft gedaan en door ‘ongelukjes’ niet te bestraffen kan het kind doorgaans spelenderwijs geleerd worden in een korte tijd zindelijk worden.