De eerste hapjes

babyvoeding

Babyvoeding

Eigenlijk is het best wel makkelijk als je baby enkel melk drinkt. Fles (of borst) erin en klaar is kees. De baby morst hooguit een paar druppels, laat een boertje en valt vervolgens tevreden weer in slaap. Ook de kleertjes blijven mooi – tenzij hij/zij zichzelf onderpoept- en er zijn hooguit een paar melk-vlekjes in de bank te vinden.

Dit tijdperk behoort dus tot het verleden wanneer je baby toe is aan vaste voeding. Het is een ware ontdekkingstocht aan het begin. Ook voor jezelf. Er komen opeens zoveel vragen in je op, zoals: ‘Wat moet ik mijn baby geven’? of “Hoeveel moet ik mijn baby geven?” en “wat is nu het beste voor mijn baby?”

Verse hapjes. Dat is wat ik in eerste instantie dacht. Mijn baby krijgt alleen maar verse hapjes die door mij zijn gemaakt. Maar de keiharde realiteit is dat ik Mats na een week al een potje met fruit voorschotelde. Hem maakt het niets uit en mij eigenlijk ook niet. Als je de website van Nutricia bezoekt, een bezoekje brengt aan de verloskundige of het consultatiebureau, dan wordt je er constant op gewezen dat borstvoeding de beste voeding voor je baby is. Ik heb hierna niemand horen zeggen dat zelfgemaakte hapjes de beste keuze voor je baby is.

Ik probeer de hapjes af te wisselen per dag. Mats krijgt bijvoorbeeld in de ochtend een zelfgemaakt fruithapje en in de avond een potje. Tussendoor krijgt hij een stukje brood, een mais vinger, of een bananenpannenkoekje.

Maar het kan ook heel goed anders lopen. Nogmaals; een baby is net zo voorspelbaar als het pad van de orkaan Irma:

Ik had een heerlijk recept voor Mats in mijn hoofd: quinoa, avocado, appel en peer. Lekker zoet en door de quinoa goed vullend. Ik probeerde een klein hapje en gaf mezelf een lichte schouderklop. ‘Als Mats dit toch niet lekker vindt!.’ En ging vervolgens enthousiast aan de slag met het aanvullen van de hapjes-voorraad. Een uurtje later was het zover; ik ging Mats deze heerlijke creatie voorschotelen. Het tegenovergestelde gebeurde. Mats proestte het uit en trok een gezicht waar je bang van wordt. Nee, nee en nog eens nee. Moet hij gedacht hebben. Ga toch eens weg met die gezonde quinoa-geitenwollen rotzooi.

Daarna trok ik maar een potje met bruine bonen en appel open. Toen de donkerbruine, glibberige substantie in zijn mondje verdween, zag ik een gelukkige glimlach. “Ach, als het hem maar smaakt dacht ik nog.”