De babytijdzone

De babytijdzone

Ik loop nooit in sync met mijn baby. Net als ik doorheb hoe ik de maxi cosi in een vloeiende beweging klaarzet, is hij er uitgegroeid en kan ik met een volgende opnieuw beginnen. Heeft mijn lichaam zich netjes aangepast aan zijn ritme van een paar keer per nacht aandacht vragen, slaapt hij door en ben ik om vier uur de katten aan het knuffelen.

Die ene studiegenoot die zijn klok nooit aanpaste aan de zomertijd, begin ik nu ook eindelijk te begrijpen. Arthur doet hetzelfde. Zijn bedtijd van zeven uur is, zonder dat wij hier enige invloed op hebben, stilletjes naar acht uur gekropen. Ach ja, Mathijs van Nieuwkerk enkel tijdens wintertijd zien, kan vast geen kwaad.

Omdat ik per definitie achter de feiten aanloop, onderschat ik mijn baby continu. Zo zet ik hem sinds een paar weken weleens op een schommel. Dit was aanvankelijk een behoorlijk succes. Met een grote smile liet hij de zwaartekracht zijn ding doen. Maar na een tijdje dacht ik dat de lol er af was. Als Maarten van Rossem zat hij op het ding. Als een depressievige zoutzak.

Tot ik per ongeluk iets te hard duwde. Dit bleek juist wat nodig was. Arthur had gewoon meer spanning nodig. Ik zat ver beneden zijn lol op de schommel-grens. Nu ik hem voor mijn gevoel te hoog heen en weer laat swiepen, is hij weer de oude vertrouwde blije schommelaar.

Dat fine tunen houdt natuurlijk nooit op. We zijn gedoemd om de plank mis te slaan. Sta je te high fiven, hoor je een boks te geven. Zeg je ‘vet’, klinkt het in puberoren als ‘mieters’. Het heeft duidelijk geen enkele zin om de opvoedklok bij te stellen. Hopeloos. Ik zal tot in de eeuwigheid achter blijven lopen. Geruststellend wel. Zeker als je het van iemand van nog geen drie seizoenen leert.