Interview met Dick Bruna, de vader van nijntje pluis

Interview met Dick Bruna, de vader van nijntje pluis

Dick Bruna (Utrecht, 23 augustus 1927) is auteur en illustrator van prentenboeken. Hij heeft meer dan honderd boeken gemaakt voor peuters en kleuters en is de geestelijk vader van nijntje pluis, maar ook bijvoorbeeld van boris beer, betje big en snuffie.

Zijn boeken zijn wereldwijd bekend, met meer dan vijftig vertalingen werden meer dan 85 miljoen van zijn boeken verkocht.

U bent auteur en illustrator. Welke onderdeel van uw werk geven u het meeste plezier?

“Ik associeer mij het meest met een tekenaar. Het is ook het illustreren dat voor mij een grote uitdaging blijft. Elke keer wanneer ik aan een tekening begin, heb ik het gevoel dat ik dit voor het eerst doe. Ik probeer het elke dag beter te doen dan de dag daarvoor.”

Hoe komen uw tekeningen tot stand?

“Ik maak eerst een serie schetsen. Daar schaaf ik dan net zo lang aan totdat alle overbodige details zijn verwijderd en de schets is gereduceerd tot een simpel lijnenspel. Dit is niet zomaar in één dag gedaan. Ik werk er net zo lang aan tot dat ik tevreden ben. De lijnen trek ik over op stevig papier en met penseel en zwarte verf teken ik voorzichtig de contouren. Om de illustratie kleur te geven maak ik gebruik van, in mijn speciale kleuren gedrukt, papier. Dit proces waarop mijn boeken tot stand komen is over de jaren niet veranderd.

Het is ook nog steeds zo dat mijn vrouw de eerste is die het boek te zien krijgt. Pas wanneer zij haar goedkeuring heeft gegeven, gaat het naar de uitgeverij. Ik kan vele dagen aan een tekening werken. Beetje bij beetje het overbodige weglaten of een lijn toch net iets anders plaatsen. Mensen vragen weleens of ik ‘zomaar even snel’ een schetsje kan aanleveren. Zo werkt het helaas niet bij mij. Zo kan ik vol bewondering kijken naar juffen die uit de losse pols een nijntje op het bord tekenen.”

Waar haalt u de inspiratie voor uw werk vandaan?

“De verhalen voor mijn boeken worden voornamelijk geïnspireerd door het alledaagse om mij heen. Tijdens een fietstocht op weg naar mijn studio of tijdens het spel van mijn kleinkinderen.”

Hoe komt het volgens u dat nijntje wereldwijd zo geliefd is?

“Ik maak boeken die ik zelf leuk vind en zelf graag wil maken. Dat kinderen deze leuk vinden, is toeval. De verhalen zijn altijd vriendelijk en eenvoudig, nooit eng. En het loopt altijd goed af. Nijntje en al haar vrienden zijn als een soort kinderen van me. Ze zijn me zo dierbaar; ik wil niet dat daar iets vervelends mee gebeurt. Daarnaast wil ik kinderen niet betuttelen in mijn boekjes, maar probeer de oprechte verbazing van hun wereld te delen. Ook teken ik de dingen om ons heen zoals ze werkelijk zijn. Door alleen de meest essentiële elementen van een onderwerp of dier te tekenen ontstaat een pictografische stijl. Zo is mijn illustratie van een huis herkenbaar voor kinderen wereldwijd.”

Wat maakt uw werk uniek?

“Mijn boekjes werden in het begin niet zo goed ontvangen. Mensen vonden het primaire kleurgebruik en de stilistische eenvoud niet passen bij een kinderboek. Toch ben ik, meer dan een halve eeuw lang, blijven zoeken naar de hoogste vorm van eenvoud. Deze eenvoud, het kleurgebruik en de eerlijkheid die ik in mijn werk probeer te stoppen, maakt dat mijn werk herkenbaar is. Ik geef ieder kind de ruimte zijn eigen fantasie in te vullen.”

Is nijntje veranderd sinds de eerste keer dat u haar tekende?

“Toen ik nijntje voor het eerste tekende was ze een stoffen speelgoeddier met wat lompe oren. Sinds de komst van de vierkant boekjes is ze meer geworden zoals wij haar nu kennen. Met haar zwarte oogjes kijkt ze je recht aan, ze heeft puntige oren en wat bolle wangen. Gaandeweg zijn haar oren, gezicht en lijfje wat ronder geworden. Dit is voor mij heel onbewust gegaan. Pas toen alle illustraties van nijntje van de afgelopen jaren naast elkaar werden geplaatst, viel het mij op.”

Is het werk van illustrator erg veranderd sinds u begonnen bent?

“Er komt inmiddels regelmatig een computer te pas aan het werk van illustratoren. Niet bij mij. Ik doe alles nog met de hand. Daar is niets in veranderd.”

Is nijntje echt Hollands of is nijn universeel?

“Nijntje is net zo Hollands als ik zelf ben. Ze houdt van gezelligheid, net als ik. Gezelligheid komt veel voor in de boekjes en in de wereld van nijntje. Dat is echt typisch Hollands. Toch vinden er in principe geen wijzigingen plaats in de vertalingen van de boekjes, het is universeel.”

Had u ooit het vermoeden dat nijntje zo populair zou worden?

“Mijn boekjes vielen in het begin al op door de primaire kleuren en de grote eenvoud. Voor sommigen waren ze veel te eenvoudig en te simpel. Terwijl de kinderen juist werden aangesproken door het directe gevoel. Ik maak ze ook echt voor de kinderen. Ik stop er nooit grapjes in voor moeder, vader of juf. Mijn lievelingskleur is blauw, altijd in combinatie. Voor buiten gebruik ik blauw en groen. Voor in huis gebruik ik gele en rode, warme kleuren. Warmte; zo denk ik ook terug aan mijn kindertijd. En dat spreekt blijkbaar aan. Het was nooit mijn hoofddoel om een populair figuurtje te maken. Ik maak kinderboeken met verhalen en vormen die mij aanspreken.”

Illustraties Dick Bruna © copyright Mercis bv, 1953 – 2011