De ‘bokkensprongen’ van je dreumes

De ‘bokkensprongen’ van je dreumes

De ‘bokkensprongen’ van je dreumes

Als je die mooie, moeilijke babymaanden achter de rug hebt, begint de dreumestijd. Een fase waarin je kind in duizelingwekkende sneltreinvaart dingen leert. Een héleboel leuke dingen, maar ook conflicten aangaan, drammen en manipuleren. Hoe ga je om met de ‘bokkensprongen’ van je kind?

Alle sprongen beginnen met een moeilijke periode waarin de drie H’s domineren (Hangerigheid, Huilerigheid en Humeurigheid), maar de sprongen in het tweede jaar van je kind zijn wel héél lastig. In het eerste halfjaar zijn ouders wel geïrriteerd tijdens de moeilijke perioden, maar ze weten dat hun baby er niets aan kan doen en troosten hem. In het tweede halfjaar zijn ouders vaker geïrriteerd en proberen ze hun baby bijvoorbeeld geregeld af te leiden. Een baby pikt dat meestal nog wel. Maar een kind in zijn tweede levensjaar niet en dat resulteert in perioden met conflicten en soms regelrechte ruzies. Deze fase is misschien nog wel zwaarder dan de puberteit.

15 maanden: een echte dreumes
Het is belangrijk om je te realiseren dat deze fase, net als de puberteit bij tieners, voor dreumesen een onderdeel is van hun normale ontwikkeling. Laat je er niet door opslurpen en besef dat het ook weer overgaat. Het scheelt een stuk als je je zo’n houding kunt aanmeten. Het is bij de negende sprong, die rond 64 weken ofwel bijna 15 maanden plaatsvindt, dat je baby een drastische verandering doormaakt. Opeens is hij baby-af, en een echte dreumes. Hij krijgt het vermogen om ‘principes’ waar te nemen en te hanteren. Het klinkt ingewikkeld, maar hij komt nu als het ware bóven de stof te staan. Onder ‘de stof’ verstaan we de dingen die hij heeft geleerd, bijvoorbeeld pap eten met een lepel, afwassen of tafel dekken. Nu verliezen zijn handelingen hun robotachtige karakter. Hij leert wat hij moet doen om zijn doel te bereiken. Wel doet hij dat altijd op dezelfde manier. Zich aanpassen aan de omstandigheden kan hij nog niet. Dat komt pas bij het volgende sprongetje.

Emoties en grapjes
Hij is nu voor het eerst in staat de dingen die hij geleerd heeft te veranderen. Hij speelt ermee. Je kunt hem eindeloos zien variëren en de gevolgen daarvan zien bestuderen. Je kunt zien hoe hij capriolen uithaalt, het buitenleven leert kennen, behendiger wordt met spullen en met taal, anderen imiteert, de dagelijkse gang van zaken naspeelt, met emoties oefent, vooruit begint te denken, dramtoneelstukjes begint op te voeren, inspraak opeist, agressief kan zijn, onderscheid begint te maken tussen van mij en van jou, grapjes begint te gebruiken als strategie om iets gedaan te krijgen, begint te experimenteren met ‘ja’ en ‘nee’, vindingrijker wordt in anderen voor zijn karretje te spannen, leert samenwerken, behulpzaam wil zijn in het huishouden en experimenteert met ‘onbezonnen’ en ‘zorgvuldig’.

Zijn zin krijgen
Volwassenen hebben jaren ervaring in de wereld van ‘principes’. Met vallen en opstaan zijn we er bedreven in geworden. We weten bijvoorbeeld wat rechtvaardigheid, vriendelijkheid, medemenselijkheid, behulpzaamheid, en samenwerking inhouden. We weten ook hoe we met ons gedrag tegenover anderen voor elkaar kunnen krijgen wat we willen. Je dreumes moet dat nog allemaal leren. En dat doet hij met vallen en opstaan. Hij experimenteert. Hij krijgt door dat je met aardig-zijn veel kunt bereiken. Met grote ogen en een héél lief stemmetje bewerkt hij jou om zijn zin te krijgen. Eigenlijk heel slim!

Blokkentoren
Er zijn sociale en niet-sociale principes. Bij sociale principes gaat het om dingen die je behoort te doen of dingen die je gewoon niet doet. Die principes hebben te maken met waarden en normen. Maar er zijn ook heel andere soorten principes, die niet sociaal van aard zijn. Een principe bij het puzzelen kan zijn om de randjes als eerste te maken. Een ander principe kan zijn om het eten dat je minder lekker vindt als eerste te eten en het lekkerste tot het laatst te bewaren. Maar ook natuurkundige wetten horen bij de niet-sociale principes, en je dreumes begint nu al natuurkundige wetten te ontdekken! Hij leert om een blokkentoren te bouwen door het grootste blok onderaan te zetten en de blokken keurig recht op elkaar te stapelen. Als hij dat niet doet, valt de toren om en raakt hij gefrustreerd. Heel logisch.