Grote broer

Grote broer

Arthur kijkt me aan op een manier die ik wel ken, maar voor het eerst is het recht in mijn gezicht. Hij kijkt zo alleen bij vreemde mensen, in nieuwe situaties. Er zit dan ook een baby bij me op schoot, waar ik behoorlijk familiair tegen doe. Zijn exclusieve terrein. Of niet?

“Auto!” Het duurt maar kort. Arthur – twintig maanden – duikt weer in iets vertrouwds. Mijn ijkpunt voor baby’s blijkt al geen echt kleintje meer. Opeens is hij mijn eerste, onze oudste.

In het ziekenhuis werd mijn partner meerdere keren een multi genoemd. De snelste manier voor bevalprofessionals om duidelijk te maken dat het niet de eerste bevalling is. En dat is ze. Zijn wij. Multi’s. Dat het iets anders is dan mono’s wordt snel duidelijk. Zoals het lichaam van mijn partner nu beter voorbereid is op een tweede, zo is ons leven dat ook. Het grotere huis is er al, net als de bakfiets.

Arthur is echter geen multi. Voor hem is zo’n baby helemaal nieuw. Hij is zo zijn centrum van het universum, dat hij zichzelf makkelijk wegstreept. Verwarrend wel. Hij zal ons vanaf nu moeten delen. Tegen de baby is hij heel lief. Ons geeft hij tips over waar we hem kunnen neerleggen om de handen weer vrij te hebben, voor hem.

Hoe jong hij ook is, zelfs onze eerstgeborene keert bij zo’n verandering weemoedig naar vroeger. Wil meer knuffelen. Huilt vaker. Laat zich voortdurend tillen.

Grote broer? Oké. Maar ook gewoon nog een heel klein jongetje. Mochten we het ooit vergeten, dan wijst hij ons er wel op.