Stereoregressie

Stereoregressie

“Je bent zelf een baby.”
Het buurjongetje wist even niet hoe hij moest reageren, toen ik het tegen hem zei. Hij had mijn zoontje van anderhalf vlak daarvoor een baby genoemd. Geen misdaad, maar wel onjuist.
“Ik ben geen baby, ik ben al acht hoor.”
“Hij ook niet, hij is al zeventien maanden.”

Het succes van onze diersoort heeft iets heel tragisch. We willen groeien, meer dingen kunnen, maar als we de ambities uit het verleden hebben bereikt, kunnen we alleen verder kijken, niet terug. Lang stilstaan bij progressie kunnen we niet, dat zou voor een rem zorgen die als achteruitgang voelt. Een baby die loopt en tien woorden kent is geweldig en die complimenteer je veelvuldig. Voor een dreumes is het enkel de vanzelfsprekende basis.

In zekere zin is acht zijn het hoogst haalbare. Je kan alles. Oké, je reken- en abstractie-skills moeten nog wat bijgewerkt worden, maar ten opzichte van mijn zoontje Arthur ben je koning. Wat meer inlevingsvermogen is een kwestie van door blijven ademen.

Ook Arthur kent het verschijnsel generatiekloof al. Laatst ging het zevenjarige zoontje van een vriend van me, spontaan kruipen toen hij hem zag. Hij dacht waarschijnlijk hiermee op Arthurs niveau te zitten. Hij kruipt alleen nooit. Niet alleen omdat hij al lang goed kan lopen, maar ook omdat hij dit simpelweg echt nooit heeft gedaan. Hij was een authentieke billenschuiver.

Niet alleen het vriendje daalde dus af in leeftijd, Arthur deed dit ook, want die kroop meteen gezellig mee. Een generatiekloof werd gedicht door beiden af te dalen. Stereoregressie.

Zo heb ik nog jarenlang met veel plezier de boompjes, stationnetjes en tunnels voor mijn Märklin-treintjes in ontvangst genomen van een lieve oudoom. Het was niet alleen dat ik niet durfde te zeggen dat ik al lang niet meer met die dingen speelde. Ik vond de cadeaus oprecht leuk. Dat ik er verder niets mee deed, veranderde daar niets aan. Voor die geweldige man daalde ik met liefde wat jaren af, tijdens het wegritsen van het pakpapier.

Het duurt nog even voordat Arthur de capaciteiten van een achtjarige op zijn harde schijf heeft. Hem positieve feedback geven gaat dus nog even vanzelf. Hopelijk vergeet ik niet dit te blijven doen. Blijven we voor eeuwig op zoek naar een gezamenlijke leeftijd.