Hersenen baby 1 jaar oud

Hersenen baby 1 jaar oud

Na 1 jaar gaat het brein ‘inrichten’

Na een eerste jaar hard werken gaat je baby niet zozeer meer op ontdekkingstocht naar nieuwe gebieden. Hij gaat de bovenkamer nu eerst verder ‘inrichten’. De ontwikkeling loopt nu duidelijk anders dan in de babytijd. En dat merk je als ouder ook!

Je kindje is nu geen baby meer, maar een dreumes. Helaas wordt dit woord veel te weinig gebruikt. Mensen hebben het nog vaak over een baby en dan opeens over een peuter. Er is een hele fase daartussenin: de dreumestijd. Een tijd waarin je dreumes maar liefst drie mentale sprongen maakt: die van ‘programma’s’, ‘principes’ en ‘systemen’.

Het gaat in deze tijd niet zozeer over nieuwe gebieden in de hersenen, maar over de eerdergenoemde gebieden die weer verder ontwikkeld worden, zoals de gebieden die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld cognitief leren, beweging, taal en sociaal-emotionele zaken.

Cognitief leren

Herinneringen zijn opgeslagen in onze hersenen. Vanaf de tijd dat de hippocampus zich goed ontwikkelt, zijn wij als mensen in staat herinneringen op te slaan en die herinneringen even later weer op te rakelen. We leggen als het ware een archief aan ervaringen aan van alles wat we meemaken. Die hippocampus is tijdens deze periode genoeg ontwikkeld om herinneringen niet alleen op te slaan, maar ook weer boven te krijgen. Het gaat nu nog vooral om zaken die betrekking hebben op dingen die een paar uur of zelfs een dag eerder gebeurd zijn.

Imiteren

Je ziet bijvoorbeeld dat, tegen de tijd dat je dreumes de sprong van ‘programma’s’ heeft gemaakt, hij dingen gaat nadoen die hij anderen eerder heeft zien doen (er zit dus tijd tussen het zien en het zelf doen). Of je ziet dat je dreumes opeens de uitleg die jij hebt gegeven bij het hanteren van iets een paar dagen later toepast.

Je merkt dus in de dagelijkse omgang echt dat je dreumes een geheugen heeft. Allemaal gevolgen van de sprongen en de hersenontwikkeling in het gedeelte dat voor cognitief leren verantwoordelijk is.

Hulp in de huishouding!

Je dreumes leert overigens het meest van de dingen die hij geregeld meemaakt in zijn vertrouwde omgeving. Daarom is het ook zo belangrijk dat je je dreumes de kans geeft je te helpen (en dus te leren!) in die gewone, vertrouwde omgeving. Hij wil je nu ook helpen met simpele taakjes in bijvoorbeeld het huishouden.

Bewegen gaat soepeler

De hersenen zijn het aanstuurcentrum van het lichaam. Zie ze als het controlecentrum. Door de ontwikkelingen die zich nu afspelen in het gedeelte in de herenen dat verantwoordelijk is voor de bewegingen, zie je dat je dreumes zich steeds soepeler kan bewegen. Waren de eerste stapjes nog houterig en vrij lomp, al snel zie je dat er steeds meer verfijning in de bewegingen komt.

De hersenen leren steeds beter aansturen en reageren, en de spieren worden steeds beter getraind, allemaal weer onder invloed van de steeds meer aanwezige myeline in de hersenen. Tegen de tijd dat je dreumes twee jaar wordt (en een peuter begint te worden), zie je dat de voet eerst op de hiel landt en dan heel vloeiend het gewicht naar de teen overbrengt tijdens het lopen.

Fijne motoriek

Alle bewegingen worden steeds verfijnder en soepeler. Tegen de tijd dat hij deze grof-motorische vaardigheden goed onder de knie heeft (op het eind van de dreumestijd), zie je dat het gedeelte in de hersenen dat een rol speelt bij bewegingen, nog steeds heel actief is. Op het eind van de dreumestijd en tijdens de peutertijd gaan kinderen de fijn-motorische bewegingen goed leren aansturen.

Overigens geldt bij alle motorische ontwikkelingen gestuurd door de hersenen: de hersenen alleen kunnen het niet. De spieren zullen het uiteindelijke werk moeten doen. En die… hebben gewoon oefening nodig.

Sociaal-emotioneel: frustraties!

Iedereen weet dat drambuien en frustraties bij deze leeftijd horen. Sommige onderzoekers denken dat een van de redenen dat dreumesen en peuters hun gevoelens niet onder controle kunnen krijgen, de nog steeds ontwikkelende hersenen zijn. Zij denken dat de frustratie veroorzaakt wordt door het wel willen van iets, maar het nog niet goed genoeg kunnen uitvoeren. Of dit nu gaat om lichamelijk iets doen zoals heel hard hollen, of om de taal waarbij een dreumes zich bijvoorbeeld nog niet goed genoeg kan uitdrukken. Maar één ding is zeker: hoe logisch de drambuien en frustraties ook zijn, je hoeft ze niet te tolereren.

Regels stellen!

Je dreumes moet vanaf de negende sprong (die van ‘principes’ met 15 maanden) duidelijke regels leren en jij moet als ouder vanaf dat moment ook echt regels stellen. De ontwikkeling van een baby is dan zo ontzettend toe aan regels, dat je regels kunt zien als noodzakelijk breinvoer. Zonder duidelijke regels te stellen doe je je kind tekort.

De verklaring ligt gedeeltelijk in dit stukje hersenen dat een rol speelt bij de sociaal-emotionele vaardigheden. Dit weet bijvoorbeeld dat ‘slaan’ niet mag, maar andere gedeeltes in de hersenen willen heel graag die frustratie kwijt. Welk gedeelte van de hersenen gaat er winnen? Dat gedeelte dat weet dat je niet moet slaan heeft extra manschappen nodig in dit gevecht. Jouw regels zijn die extra manschappen voor dat stukje in de hersenen dat weet hoe het eigenlijk hoort, welk gedrag goed is.

Taal

Je hoort het en kunt er niet omheen… aan het eind van deze periode lijkt je dreumes iedere week nieuwe woorden te zeggen. Soms zo veel dat je over een echte woordenschatexplosie kunt praten. Logisch dus dat het stuk in de hersenen dat daarvoor verantwoordelijk is, nu erg actief is.

Geen babytalk

Maar taal is echt veel meer dan woordjes zeggen. Taal is natuurlijk ook woorden begrijpen. Dat is iets wat iedereen weet, maar wat we als volwassenen toch nog weleens door elkaar halen. Let maar eens op: als een kind goed spreekt, ga je als ouder automatisch op een goed niveau terugpraten.

Spreekt een kindje nog niet veel woorden, dan ga je vaak zelf ook babyachtig terug praten. Iets wat juist niet goed is! En, iets wat ook niet logisch is. Want dat een dreumes zelf nog niet veel spreekt, zegt helemaal niets over de woorden die hij wel begrijpt! Meer over taalontwikkeling lees je in hoofdstuk 8 van Oei, ik groei!.

  • Ontwikkelingstip 1

Laat je dreumes zelf doen wat hij zelf kan, al wordt het een knoeiboel. Moedig je dreumes aan dat te doen wat hij kan. Laat hem bijvoorbeeld zelf zijn boterham smeren. Natuurlijk doet hij dat niet net zo goed als wij. Maar als hij de boterham opeet en dus alles binnenkrijgt, is het toch niet zo erg dat een hap van de boterham veel meer smeerkaas had dan een andere droog-brood-hap? Je dreumes heeft daar geen last van, maar hij heeft wel het genot van het ZELF doen en ZELF leren. O, zo belangrijk voor een goede ontwikkeling!

  • Ontwikkelingstip 2

Geef je dreumes de kans zich grof-motorisch goed te ontwikkelen. Zorg dat hij zich niet kan bezeren aan bijvoorbeeld scherpe objecten als hij valt. Neem hem eens mee naar een speeltuintje, of leg eens wat kussens op een hoop in de kamer en klim er samen overheen. Laat hem eens de trap op klimmen als je achter hem loopt. Vallen hoort erbij, daar leert hij alleen maar van. Te voorzichtig doen is ook niet goed. Echter… voorkom valpartijen die echt gevaarlijk zijn.