Het slechte voorbeeld

Het slechte voorbeeld

Ik zit graag met een vinger in mijn neus en scheld behoorlijk vaak. Ook eet ik een stuk minder netjes dan ik altijd dacht. Arthur wijst me er allemaal op. Hij kopieert gedrag. Het opvoeden is begonnen.

Hij is nog maar tien maanden oud, maar zelfs het lekker vrijblijvend roddelen wordt me tegenwoordig ontnomen. Ik had het laatst over een buurvrouw en direct herhaalde hij haar naam. Het is zo’n beetje het eerste wat hij heeft gezegd. Oké, mama, papa, Réo (Romeo de kat) en kakkèh (klappen) zegt ie ook. Dat had alleen stuk voor stuk een langere aanloop. Tegenwoordig herhaalt hij dus ook dingen die ik zo goed als nooit zeg.

Het kan nu gebeuren dat ik mijn ware emotie niet toon. Dat ik iets hilarisch vind, maar dan boos probeer te kijken. Bijvoorbeeld als hij voor de zoveelste keer zijn eten op de grond gooit, voor de kat. Op het kinderdagverblijf vroegen ze zich al af waarom hij tijdens het eten zo vaak naar de vloer naast zijn stoeltje keek. Ik heb hem vast te vaak laten merken dat ik het stiekem best heel grappig vind. Ik ben niet consequent. Dubieus gedrag wordt nu beloond.

Het is ook best een overgang. Al maanden ben ik gewoon blij dat ik hem van hapje naar slaapje, naar bedtijd weet te loodsen. Mijn leven stond in het teken van hem bezig en gelukkig houden, nu komt er een factor bij. Zorgen dat hij zich de rest van zijn leven zich een beetje weet te gedragen.

Lekker is dat. Er is wel een troost. Veel maakt het niet uit wat ik doe. Zelf ben ik keurig opgevoed, mijn ouders zijn hele nette mensen. Hoe ik zo’n neuspeuteraar geworden ben, is een raadsel. Daar hebben zij in ieder geval niets mee te maken. Wie weet slaat goed gedrag een generatie over. Ik hoop het maar.