Rijksvaccinatieprogramma (RVP): inentingen

Rijksvaccinatieprogramma (RVP): inentingen

In Nederland kennen we het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). De overheid heeft dit vaccinatieprogramma ingesteld waarbij kinderen gratis tegen bepaalde ziektes worden ingeënt.

Het RVP biedt vaccinaties (inentingen) tegen 12 gevaarlijke ziekten. 95% van de ouders laat hun kind(eren) inenten, maar het is niet verplicht. In dit artikel lees je meer over het RVP.

De inentingen van het RVP beschermen je kind tegen de volgende 12 infectieziekten:

Hoe werkt een inenting?

Bij een inenting wordt er een hele kleine hoeveelheid ziektekiemen van een bepaalde bacterie/virus in het lichaam gespoten. De dosering is zo laag dat je kind er niet ziek van wordt, maar is wel net hoog genoeg dat zijn lichaam antistoffen tegen deze ziektekiemen aanmaakt. Het lichaam reageert dus alsof er besmetting heeft plaatsgevonden met die bepaalde ziekte. Daarna is het immuunsysteem van je kind zo ingesteld dat hij niet ziek wordt als hij later met de echte ziekteverwekkers in aanraking komt.

Vaccinatieschema

De inentingen verlopen middels een vaccinatieschema. In dit schema is te zien op welke leeftijden een kind welke vaccinatie(s) krijgt. Alleen als alle inentingen gegeven worden, is er volledige bescherming. Het vaccinatieschema is ingedeeld in 4 fases.

  • Fase 1: 2-14 maanden

Met 2, 3, 4, en 11 maanden krijgt je kind 2 inentingen: de eerste is de DKTP-Hib-HepB prik die je kind beschermt tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Hib-ziekten en hepatitis B. De tweede vaccinatie is de Pneu prik die je kind beschermt tegen de pneumokokken.
Als je kind 14 maanden is krijgt hij volgens het RVP weer 2 inentingen: de BMR prik die hem beschermt tegen de bof, mazelen en rodehond en de MenC prik die hem beschermt tegen meningokokken C.

  • Fase 2: 4 jaar

Rond zijn vierde verjaardag krijgt je kind één inenting: de DKTP prik die beschermt tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio.

  • Fase 3: 9 jaar

Met 9 jaar krijgt je kind 2 inentingen: een prik tegen DTP (die beschermt tegen difterie, tetanus en polio) en de BMR prik (die beschermt tegen de bof, mazelen en rodehond).

  • Fase 4: 12 jaar

Meisjes krijgen als ze 12 jaar zijn de HPV prik. Dit is een vaccinatie tegen het Humaan Papillomavirus, het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken.

Oproep

Zo’n vier à zes weken na de geboorte van je baby krijg je tien oproepkaarten voor de eerste tien vaccinaties in fase 1 (als je baby de leeftijd van 2-14 maanden heeft). Later ontvang je de oproepkaarten voor fase 2, 3 en 4. Ook als je hebt aangegeven dat je niet wilt dat je kind deelneemt aan het RVP, krijg je toch voor iedere fase een oproep.

Het kan namelijk zo zijn, dat je van gedachte verandert en later toch wilt dat je kind de vaccinaties krijgt. Tot 4 jaar wordt je kind ingeënt op het consultatiebureau. Als je kind naar school gaat, krijgt hij de vaccinaties bij de GGD of een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Bijwerkingen

Inentingen kunnen bijwerkingen hebben waardoor je kind zich na het vaccineren niet lekker kan voelen. De meeste bijwerkingen beginnen op de dag dat je kind de vaccinatie(s) gehad heeft. Meestal verdwijnen de klachten na 1 of 2 dagen. Heeft je kind de BMR prik gehad (met 14 maanden en 9 jaar), dan kunnen de bijwerkingen na 5 tot 12 dagen optreden. Door de inenting kan je kind wat huilerig en hangerig zijn. Wat extra aandacht en knuffels doen wonderen!

Het kan helpen om de prikplek direct na de inenting te masseren. De stof verspreidt sneller waardoor de kans op zwelling, pijn en roodheid kleiner wordt. Bovendien wordt je kind afgeleid als je hem masseert. Huilt je kind veel of heeft hij verhoging, dan kun je een kinderparacetamol geven (lees voor het gebruik de bijsluiter!).

Ben je ongerust omdat je kind erg veel huilt, een zieke indruk maakt en hoge koorts heeft, neem dan altijd contact op met je huisarts en vermeld welke vaccinatie je kind gehad heeft. Meld ook bij het consultatiebureau, GGD of Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) als je kind heftig reageerde op een vaccinatie en veel last had van bijwerkingen.

Uitstellen

Is je kind ernstig ziek, gebruikt het bepaalde medicijnen of heeft het hoge koorts op het moment dat het een inenting moet krijgen? Vermeld dit dan op het consultatiebureau, GGD of het CJG. Er wordt dan besproken of het beter is om de inenting uit te stellen.