Wat jouw baby wel kan maar jij niet

Wat jouw baby wel kan maar jij niet

Je baby komt als een klein, hulpeloos wezentje op aarde. Om te kunnen overleven heeft hij jou broodnodig. Toch zul je versteld staan van de dingen die hij al vanaf dag één kan. En wist je dat er zelfs dingen zijn die je baby wél kan en jij niet?

Dit is dan ook de Wat-jouw-baby-wel-kan-maar-jij-niet-Top 5:

1. Ruiken, horen, voelen, proeven en zien tegelijkertijd

Een pasgeboren baby ervaart de wereld heel anders dan een volwassene. Eigenlijk kunnen wij ons al niet meer voorstellen hoe dat is. Je kunt het nog het beste met een soepje vergelijken: alles is één groot geheel. Alle prikkels die op hem afkomen vormen samen één totaalsensatie, een totaalbeleving. Je baby hoort dus niet alleen een geluid, hij erváárt het geluid, dat hij dus als het ware ook ziet, ruikt, voelt en proeft. Dat noemen we synesthesie. Omdat iedere prikkel zo veel intensiever binnenkomt en alles ook nog eens nieuw voor hem is, ervaart hij de wereld en alle indrukken om hem heen veel intensiever. Als je baby groter wordt, gaan zijn hersentjes veranderen en maakt hij sprongetjes in zijn mentale ontwikkeling. Opeens kan en snapt hij nieuwe dingen. Over een paar sprongetjes ervaart hij de zintuiglijke prikkels bijna net als jij dat doet.

2. Een spagaat maken en teensabbelen

Hoe jonger we zijn, des te buigzamer zijn onze botten. Babybotten beginnen nog maar pas aan het proces van verbenen (harder worden). Ze bestaan nu voornamelijk nog uit lijmstof, dat heel flexibel is. Hierdoor komt het ook dat baby’s, maar ook kinderen, minder snel botten breken dan oudere mensen. Hoe ouder je wordt, des te sneller je iets breekt en hoe stijver je wordt! Want flexibele botten spelen ook een rol bij flexibele lichamen. Een baby heeft er dan ook geen moeite mee om al liggend zijn grote teen in zijn mond te stoppen en er heerlijk relaxed op te gaan sabbelen. Degene die dat op volwassen leeftijd nog steeds kan doen mag zich slangenmens noemen.

3. Een vacuüm zuigen

Je baby wordt met een aantal babyreflexen geboren. Eén daarvan is de zuigreflex. Deze zorgt ervoor dat je baby goed en hard zuigt wanneer hij een prikkel voelt die hem daartoe aanzet. Die prikkel kan van alles zijn. Je baby probeert net zo hard op je vinger te zuigen als deze bij zijn mondje in de buurt is, als op de tepel of de flessenspeen. Toch laat hij zich niet lang bedotten, hij is niet gek! Het meest wonderbaarlijke aan je baby’s gezuig speelt zich ín zijn mondje af. Jammer genoeg kunnen we dat dus niet zien. Hij weet met zijn hele kleine en ongeoefende mondje de tepel heel ver uit te rekken, zelfs zo ver dat de tepel helemaal achter in zijn mondje komt. Dat doet moeder overigens helemaal geen pijn, maar wonderbaarlijk is het wel. Wij zouden met onze manier van zuigen zoiets niet meer kunnen bewerkstelligen. Het zuigen van je baby is uniek.

4. Jou met één blik hoger laten praten

Ooit gemerkt dat je heel anders tegen je baby praat dan tegen volwassenen? Dat je stem opeens veel hoger is en dat je veel duidelijker en langzamer praat? Dat doe je heel goed, en heel onbewust. Goed omdat onderzoek heeft aangetoond dat dit soort babypraat veel beter bij je baby overkomt dan normaal gepraat. Niet alleen mensen lijken een onbewuste babypraat te hebben, maar apen ook! Dit werd recentelijk door wetenschappers bij resusaapjes vastgesteld. De apen gebruiken babypraat om de aandacht te trekken van de kleine aapjes en om de aapjes beter aan zich te binden. Ook het gezicht en de gezichtsuitdrukkingen praten met de babypraat mee, net als bij ons. We maken grote ogen terwijl we praten omdat we weten dat dit liever en beter overkomt!

5. Zijn schedelbenen over elkaar laten bewegen

Onze schedel is één grote massieve ronding. Een volgroeid, aan elkaar gegroeid geheel van schedelbotten. Bij je baby is dat anders. Tussen zijn schedelbenen zitten nog twee openingen, de fontanellen. Zijn schedelbenen zijn dus nog los van elkaar en kunnen zelfs over elkaar heen bewegen. Dat is een trucje van Moeder Natuur om je te helpen bij de bevalling. Toen je baby’s hoofdje door de nauwe opening naar buiten moest komen, schoven deze schedelbenen langs en over elkaar. Eindresultaat: de diameter van het hoofdje werd kleiner en kon er makkelijker doorheen. Als je baby 12 tot 18 maanden is, zijn de schedeldelen aan elkaar gegroeid en zijn de fontanellen dus verdwenen. Tot die tijd worden de hersentjes die vlak onder de fontanel liggen goed beschermd door de stevige vliezen van het fontanel. Natuurlijk is voorzichtigheid hier wel geboden! Je kunt soms de bewegingen van de hersentjes en de hartslag door de fontanel heen zien.