Kersttrui

Kersttrui

Ik had dit jaar voor het eerst een kersttrui aan op Eerste Kerstdag. Een echte lullige. Sneeuwpop, aangenaaide sneeuwvlokken en her en der de woorden ho ho ho. Ik draag al nooit een gewone trui. Toch viel het niemand op. Ik was namelijk, zoals gewoonlijk, vooral de entourage van mijn vijf maanden oude zoon. Zijn – veel minder lullige – kersttrui was de hit van de dag.

Waar ik voor mijn vaderschap niet zo erg bij stil had gestaan, was hoezeer je jezelf uitgumt met een kind. Voor mijn moeder is Arthur haar zevende kleinkind. Dan weet iedereen het wel zo’n beetje, zou je denken. Niet dus. Toen ik de huiskamer binnenstapte merkte niemand me op. Neefjes, nichtjes en mijn zussen stonden gebogen over het hummel dat nog niet veel meer kan dan dom glimlachen. Heerlijk.

De kerstdagen waarop ik angstvallig hoopte dat een bepaalde vraag niet werd gesteld, lijkt lichtjaren terug. Hoe is het met je studie? Heb je al een nieuwe baan? Wordt het niet tijd voor een kind? Het werd nu allemaal niet behandeld. Sterker nog. Het ging allemaal nergens over.

Hoewel ik over van alles mee kan praten, van politiek, via film tot andere hedendaagse kunst, had ik dit jaar niet veel meer nodig dan kiekeboe en koelekoelekoele. Ook op de momenten dat Arthur sliep, ging het nog alleen maar over hem.

Kerst is met een beetje mazzel voor de rest van mijn leven gered. Nooit bij stilgestaan. Mijn zoon zal ongetwijfeld wat minder schattig worden, maar zijn bewustzijn over deze magische dagen zal dat wel compenseren. Ik zal er nog heel wat jaren niet toe doen. Misschien dat ik er rond 2023 zelfs helemaal tussen uit kan glippen met de feestdagen. Niemand zal het dan nog door hebben of ik er wel of niet ben. Maar dat kan ik ironisch genoeg niet naar Arthur toe maken.