Maak geen competitie van ontwikkeling van je kind

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier

We hebben het allemaal wel gezien of meegemaakt: moeders die ‘concurreren’ met elkaar. Moeders – vooral nieuwe moeders – vragen zich wel eens af of hun kind ‘normaal’ is? Dit gevoel wordt alleen maar sterker bij het horen van de volgende opmerkingen: “Mijn kind kan al dit… en mijn kind kan al dat. Oh, kan jouw kind dát nog niet?”

Dit soort gesprekken kunnen leiden tot onzekerheid bij andere moeders. Maar deze ‘onzekere’ moeders moeten een ding weten en vooral onthouden… Al deze ‘wedstrijden’ zijn eigenlijk gebaseerd op de ontwikkeling van de motorische vaardigheden van een baby. En die zegt niets over de slimheid van je baby. Misschien zelfs het tegenovergestelde…

Elk kind (met uitzondering van de kinderen die eventuele medische problemen hebben) zal op een bepaald moment kunnen lopen, kruipen, rollen, praten, etc. Maar zullen de kinderen die het vroegst lopen ook degene zijn die later grote dingen in het leven bereiken? Zouden Obama en Steve Wozniak de winnaars in deze ‘loopwedstrijd’ zijn geweest? Waarschijnlijk niet!

Ieder kind gaat door tien mentale sprongen in de eerste twee jaar. Met elke sprong is de baby/peuter in staat om dingen waar te nemen die hij nog nooit eerder heeft waargenomen.

Bij elke sprong opent zich een nieuwe wereld voor je baby, vol met nieuwe dingen om te ontdekken. Na het maken van een sprongetjes zal je baby (moeten) kiezen welke vaardigheden hij als eerste onder de knie wil krijgen. Sommige baby’s kiezen voor de motorische vaardigheden (lopen, omrollen, etc.). Deze vaardigheden zijn ook waarneembaar voor iedereen. Andere baby’s kiezen voor de meer geavanceerde vaardigheden, de minder merkbare vaardigheden, maar wel de meestbelovende vaardigheden…, zoals het uitvinden wat zwaartekracht is en hoe dingen lijken te veranderen in een ander perspectief.

Bijvoorbeeld:

Er was een jongen van wie de ouders dachten dat hij autistisch was. Terwijl hun andere kinderen aan het spelen waren, rond renden en veel lawaai maakten, zat de jongen uren in de hoek te spelen met een blokje. Hij keek ernaar, draaide het rond, maar verder deed hij ‘niets’. Tenminste, dat dachten ze. 40 jaar later was hij een van de meest innovatieve IT-professionals in de wereld, met een dubbel diploma van een topuniversiteit. En een miljonair.

Zijn ‘niets doen’ was dus iets heel belangrijks. Door het blokje rond te draaien en op de grond te laten vallen, ontdekte hij de zwaartekracht. Hij gooide het blokje niet meteen gewoon op de grond, maar hij voelde hoe het blokje naar beneden viel. Hij speelde met de bewegingen van zijn vingers, die hem het punt lieten voelen waar de zwaartekracht het overnam. Hij was hier zo op gefocust, dat hij de wereld om hem heen vergat. Door het bewegen en draaien van het blokje zag hij hoe het perspectief van dingen veranderde als hij het blokje van verschillende kanten bekeek. Hij was bezig met ‘baby-wetenschap’ en hij was dus niet erg geïnteresseerd in motorische vaardigheden.

Eigenlijk heeft hij nooit geleerd hoe hij moest lopen. Hij deed het gewoon ineens. Viel nooit en maakte nooit een fout. Waarom? Omdat hij keek hoe mensen liepen. Hij leerde door de bewegingen van anderen. Hetzelfde gold voor het fietsen. Het heeft het nooit echt geleerd, hij deed het gewoon.

Hij was niet de eerste die liep, en hij was ook niet de eerste die kon fietsen. Hij heeft niet de ervaring gehad van ‘vallen en opstaan’ (blauwe plekken, schrammen, etc.), maar deze heeft hij ook nooit nodig gehad.

Ieder kind leert zijn eigen unieke dingen. Laat je als moeder niet tot de mijn-kind-kan-al-wedstrijd verleiden. Probeer de unieke kanten van jouw kind in te zien. Als je die hebt ontdekt en hem daarmee kan helpen en hem kan stimuleren, ben je goud waard als ouder.