Mijn keizersnee: mijn mooiste stukje lijf

Mijn keizersnee: mijn mooiste stukje lijf

Het kwam ongepland. Ik hield er geen rekening mee. Niet toen mn vliezen braken, niet toen ik weeën had, niet toen ik toch in het ziekenhuis werd ingeleid en ook niet van te voren. Toen ik me ‘voorbereidde’ op de bevalling. Toen ik erover las in boeken en op internet. Naar een bevallingscursus ging. Toen ik mijn bevallingsplan op moest stellen. Ik hoorde over een baarkruk, een bad, een thuisbevalling, medisch worden. Maar dit, hier ging het niet over. Het werd niet genoemd. Alsof het niet bestond. Maar toch kreeg ik hem.

Met een rotgang ging ik naar de OK. Ik lag in bed en de muren vlogen aan me voorbij. Ze renden. We gingen de lift in, daar naar een plek waar heel veel mensen op me wachtten. Een zaal vol met kinderartsen, gynaecologen, verpleegsters, anesthesisten. Lua was in foetale nood. Dus het moest. Het moest snel. Het moest nu.

Ze sneden Lua uit mn baarmoeder. Door mn buikvet. Door mn buikspieren. Mn buikwand werd geopend. De blaas losgemaakt van mn baarmoeder. Ik voelde ze rukken en trekken. Door 5 lagen gaan ze heen. Alles opengesneden. Overhoop.
Ze zou zo geboren worden zonder dat ik het zou zien. Zonder dat ik het zou voelen.
Alles weer gehecht. Met schaar en draad. 28 nietjes. En nu zit het voor altijd op mijn buik. Een grote rode bobbelige lijn.

Het lichamelijke en psychische herstel van een keizersnee is zwaar.
Je kunt niet rechtop staan. Niet je kind pakken. Niet verschonen. Hebt hulp nodig om uit bed te komen. Zittend douchen. Wat duurt het lang. Voordat je uit jezelf kan opstaan, van je stoel, je bed, van de bank. Met je kind kunt spelen. Achter de wagen kunt wandelen. Voordat je durft te kijken en te voelen aan je litteken, zonder pijn. Niks kan je zelf, weg zelfstandigheid. Alles moeten vragen. Terwijl ik het zélf wil doen.

Mijn kraamweek had ik me zo anders voorgesteld. Het enige wat ik kon was liggen. Ík ben haar moeder. Maar degene die haar flesjes maakt, die haar verschoont, dat ben ik niet. Ze wordt in mijn armen gelegd omdat ik haar niet kan pakken.

Onzeker, gefrustreerd en vol met teleurstelling. Het voelt als mislukt.
Niet af kunnen maken. Ik heb het zó geprobeerd. Ik heb toch alles gegeven!
Niet zelf kunnen doen. Ze is gehaald. Uit mij gesneden. Door een ander. En niet geboren door mij. En wanneer ze er eenmaal is, kan ik niks voor haar betekenen.

Ooit hoop ik te kunnen zeggen én oprecht te voelen, dat ik net zo’n strijder ben als die andere moeders. Door mijn keizersnee kon ik Lua het leven schenken. Door mijn keizersnede is mijn kind gezond ter wereld gekomen. Door mijn keizersnede is ze er nog.
Mijn kind heeft mij moeder gemaakt. En de manier waarop zij geboren is, wat maakt dat eigenlijk uit? Ooit..

Maar dat dikke jeukende, rode litteken. Wat vind ik die mooi! Door mijn buik, door die snee, is Lua geboren. Die opgezette bobbelige lijn, voor eeuwig op mijn buik, bracht nieuw leven. Ik voel dankbaarheid. Want ze is er. Ik voel trots. Want die rode, bobbelige lijn staat voor een grote strijd die ik moest leveren. Die rode, bobbelige lijn staat voor mijn dochter, voor mijn moederschap. Dit litteken, die roze bobbelige lijn, is onderdeel van mij. Het hoort bij mij.

Niet zelf gedaan. Niet afgemaakt. Wel mijn mooiste prestatie. Mijn keizersnee: mijn mooiste stukje lijf.