Pestgedrag

Gastblogger: Rachel Boereboom

Ik was twaalf, zat net in de eerste klas van de middelbare school. Een onzeker muurbloempje. Verstopt op de achtergrond, weggedoken. Ik stond meer dan versteld als een onbekende mijn naam wist. Hoe kon dit? Ik zag op een gegeven moment zelfs mijn naam op tafels gekliederd staan. Met vragen of ze mijn MSN mochten of mijn 06-nummer. Ik wist niet hoe ik mij hierbij moest voelen. Het maakte me in ieder geval nog onzekerder dan ik al was. Waarom staat mijn naam hier? Wie schreef dit? Waarom willen zij mijn msn? Het was pestgedrag.

Ik hoor mijn naam op het schoolplein. Van mensen die ik niet ken. Ik krijg een bijnaam. “Sneeuwwitje”. Ik hoor vanuit verschillende hoeken deze bijnaam. Ik voelde me lelijk. Een bijnaam krijg je als je gepest wordt toch? Dan krijg je een andere naam, want je eigen naam is schijnbaar niet goed genoeg. Een naam die je niet wilt, zeker niet om hebt gevraagd. Ik werd ook gepest. Maar niet door deze mensen die mij zo noemden. Maar door eigen klasgenoten. Er werd op mij getuft, ik kreeg lelijkere namen dan sneeuwwitje, mijn rugzak werd leeggegooid, mijn spullen werden dan ‘’voor de grap’’ verstopt, de inhoud van mijn etui werd meerdere malen uitgedund en er werd op mij getekend. En wanneer ze mij dan vroegen of ze iets van mij mochten hebben, voelde ik mij belangrijk. Een pestkop wil iets van mij, als ik dat geef dan zal het toch daarna voorbij zijn? Ik gaf altijd alles wat er gevraagd werd, maar waar ik op hoopte gebeurde nooit.

Lef

Mijn zus zat in de bovenbouw. Ik smste haar op een dag, een dag dat ik mij heel erg alleen en verdrietig voelde. En ik zag geen andere weg. Ze kwam in de pauze naar mij toe gelopen. De bovenbouw was een paar straten verder. Maar ze kwam niet alleen. Ze had een heel leger bij zich. Ze kwam aanlopen met status. Een populaire meid, iets wat ik totaal niet was. Ik zag haar aan komen lopen en dacht nog; oh nee, dit is niet best. Ik kende mijn zus. We mochten elkaar 9 van de 10 keer niet, maar als familie in de problemen zat dan stonden we er voor elkaar. 

Ze riep over het schoolplein “wie valt mijn zusje lastig?”. Ik kon wel door de grond zakken. Mensen vroegen nog wie dan haar zusje was. Ik wilde zo graag onzichtbaar worden. Maar de pestkop was gevonden en hij werd even flink toegesproken. Alsof ze zijn moeder was. Op z’n nummer gezet. Misschien heeft hij zelfs wel een beetje geplast omdat hij zo onder de indruk was van haar en haar leger bovenbouwers. Stiekem vond ik het fantastisch dat hij zich ook een keer zo klein voelde zoals ik mij dagelijks voelde, mede dankzij hem. De directeur kwam mijn zus van het schoolplein plukken. Ze moest naar zijn kantoor komen en ik moest mee. 

Leer alles over de 10 sprongetjes van jouw baby

Download nu

Heb ik weer… ze gaat zitten en hoort de directeur aan. Ze hoor het maar ze luistert totaal niet, ze was drukker met haar koekje en drinken dan met iets wat hij te melden had. Op een bepaald moment slurpt ze de laatste druppels uit haar pakje drinken en gooit haar pakje in de prullenbak alsof ze al jaren basketbalt. Wie is deze meid?! Waarom heb ik 0 ballen en zij 35? De directeur liet haar gaan met een waarschuwing, dat ze hier niet meer mocht komen tenzij ze hier les had. Ik mocht gaan zonder restricties. Ze vertrok met haar leger en riep nog naar mij; “als er wat is dan sms je me maar weer”. Ja dat zei ze terwijl ze net te horen had gekregen dat ze hier niet meer mocht komen als ze hier niet moest zijn.

Nogmaals, waarom zijn die ballen zo oneerlijk verdeeld? Ik was al bekend met pesterijen. Mijn basisschooltijd was het begin. Maar ik had enorm gehoopt dat een nieuwe school dit ging verhelpen. Ik was lang, de langste van de klas. Altijd al geweest. Ik kreeg een beugel, slotjes. Ik had lang krullend bruin haar. Knalrode wangen en droeg geen make-up. Ik droeg geen merkkleding. Ik was omringd door meiden met make-up, merkkleding, hippe kapsels en de mooiste fietsen. Ik had dat allemaal niet en had die wens ook helemaal niet, totdat ik ook op deze school gepest werd. En die meisjes allemaal niet. Als ik dan als hen werd, dan konden ze mij toch niet meer pesten?

Wij hadden geen geld voor merkkleding, ik mocht geen make-up op, daar was ik volgens mijn ouders te jong voor en ik kreeg altijd de oude fiets van m’n zus. Het enige wat ik dan kon doen om op hen te lijken was dunner worden. Dus ik stopte met eten. Ik gooide mijn brood weg, iedere dag opnieuw. At thuis niets behalve het avondeten, daar kon ik niet onderuit. En het werkte. Ik werd dun, heel dun. Mooi dun, naar mijn idee. Mijn omgeving dacht daar anders over. Ik merkte dat de pesterijen afnamen. Maar ook werd ik verliefd in die periode, kreeg ik een lief vriendje. Misschien was dat hetgeen wat mij zelfvertrouwen gaf. Er waren niet veel meiden met een vriendje. Was ik daarom anders en dus stoer? Het begon me allemaal minder te boeien want degene van wie ik wilde dat hij mij accepteerde, deed dat. Voor de volle 100%. De rest kon mij gestolen worden. Maar het werd echt minder, het stopte zelfs. 

Niemand pestte mij nog. Ik had lol op school, ik had nog nooit zoveel gelachen. Ik had zelfs wel eens een jongen achter me aan. En dan niet op een nare manier. Ik voelde mij eindelijk geaccepteerd. In ieder geval in mijn eigen klas. Bijzonder hoe een ander persoon je zo kan laten groeien. Je dingen in kan laten zien waar je zelf blind voor bent. Ik ben echt een persoon die moet groeien door anderen. Een mensen mens, zolang het mijn mensen zijn. Sommige dingen zullen nooit veranderen voor mij qua onzekerheid. Zoals het muurbloempje zijn in een ruimte vol mensen die ik niet ken. Maar voor mij telt vooral dat mijn eigen mensen mij accepteren zoals ik ben. Door deze mensen groei ik. 

Hoop voor de toekomst van mijn dochter

Ik maak me nu al wel eens zorgen om hoe het schoolleven eruit gaat zien voor mijn dochter. Ik vind dat ik mij daar geen zorgen over mag maken. Misschien voelt ze dat wel aan, neemt ze die angst van mij over. Ik zou zo graag hebben dat zij een versie van mijn zus zal zijn op school. Al mag het  wel iets vriendelijker naar mensen met gezag maar verder, ja dat zou ik heel fijn vinden. Ik hoop vooral dat ik daarin niet tekort zal doen. Dat ik als moeder haar zelfverzekerdheid voedt en haar laat groeien als persoon. Dat als er een strontjong of heks haar moedwillig pijn doet, emotioneel of fysiek, dat zij haar mannetje staan kan. Dat zij de eerste zet zelfstandig kan zetten voordat ik me er mee ga bemoeien. Dat ze thuis komt na een opmerking van een pestkop en dan zegt “mam, maak je niet druk. Ik weet wel beter”. Dat ze thuis komt nadat iemand op haar getuft heeft en zegt “ik heb terug getuft hoor mama, en ik heb voor die tijd mijn neus opgehaald. Wel sorry voor de was”. Maar ik hoop nog veel meer dat haar dat allemaal niet zal overkomen.

Ik kan je nu vast vertellen dat mocht dat wel gebeuren en mijn kind doet wat terug, dat het dan nog niet klaar is. Dan kom ik ook nog even langs om eens een hartig woordje met de persoon te wisselen en ook met de ouders. Ik deed nooit iets terug. Ik rende, vluchtte weg en liet het allemaal gebeuren. Mijn ouders grepen natuurlijk wel in, maar mijn school deed er helemaal niets aan. Belachelijk, weet ik. Maar ik hoor nog uit zoveel hoeken dat scholen hierin tekort schieten. En blijkbaar is het besef er niet dat dit pesten voor grote nare gevolgen kan zorgen. Ook op lange termijn.

Hoe vaak horen we niet dat kinderen/tieners zich lelijk voelen, zich niet geaccepteerd voelen, eenzaam zijn en zelfs depressief zijn. Als gevolg van pesterijen. Aandacht, dat is wat dit verdiend. Wat die kinderen/tieners verdienen. Van volwassenen, deze kinderen moeten zich gehoord voelen. Zien dat er een actie volgt op zoiets. Niet elk kind heeft een sterk thuis zoals ik. Niet ieder kind heeft de kracht om een ander te vertellen wat er nou precies gaande is. Open armen en een luisterend oor. Een protocol, reacties op acties, preventie plan, vertrouwenspersoon en wat al niet meer. 

Dat is wat er nodig is, wat er beschikbaar moet zijn. En vooral belangrijk is dat het dan ook werkt. Je jeugd hoort fijn te zijn, vol plezier. Je hoort er met een lach op je gezicht op terug te kijken als je tien jaar verder bent. Je kinderen mooie verhalen kunnen delen over deze prachtige tijd. Waarin je hebt kunnen zijn wie jij wilde zijn en dat dat gewoon geaccepteerd werd. 

Punt. 

Deel dit artikel