Met een peuter in huis is het nooit saai

Gastblogger: Anouk Boetzer

Peuters zijn misschien wel de leukste mensjes die er zijn. Of nee, niet misschien, dat weet ik zeker. Met een peuter om je heen is het namelijk nooit saai. Er is altijd verwondering, een onverwachts grapje, een interessante vraag of je hoort jezelf iets zeggen in de trant van ‘niet aan je schoenzolen likken’. Zelfs wanneer je voor de zoveelste keer moet zuchten omdat het tergend langzaam gaat, toch je geduld verliest of je gewoonweg afvraagt: waarom? Of wanneer je hoofdschuddend toekijkt hoe het mini mensje een nieuwe mogelijkheid ontdekt. 

Ja, ik weet het zeker, peuters zijn de leukste mensjes.

Alles hoort bij het peuter zijn

Toch lijkt de peuterfase de meeste ingewikkelde fase te zijn die er is. Waarbij ik me soms afvraag; is het eigenlijk wel een fase? Dagen vol met peuterdrama, huilbuien en het resoluut ‘nee-nee-nee’, zijn geen uitzondering en bovendien van tijd tot tijd frustrerend. Waarom doe je niet wat ik vraag? Waarom krijg ik sowieso geen antwoord? Gisteren was broccoli nog je lievelingsgroente. En hoezo zijn de stukjes van deze boterham ineens verkeerd gesneden? 

Leer alles over de mentale ontwikkeling van jouw baby

Download nu

In het eerste levensjaar gaf de Oei, ik groei! gids mij nog de uitkomst en het antwoord in situaties waarin ik het even niet meer wist. Een huilende en hangerige baby? Oh, een ontwikkelingssprong. Logisch. Maar na ongeveer 1,5 jaar stopt het. Ineens lijkt het gedrag onverklaarbaar, maar dat is het natuurlijk niet. Het staat alleen niet of nauwelijks meer beschreven. De ontwikkelingen volgen zich in een rap tempo op en tegen de tijd dat je peutertje de leeftijd van twee jaar bereikt, is het ineens een heel mensje. Of is dat wel zo?

Kind zijn is geen race

Ik kan mij soms zo verbazen over wat er van die kleine peutermensjes wordt verwacht. Wanneer is opgroeien een race geworden? En race zonder echt duidelijke pijlpunten. Want na 10 sprongen en 76 weken stopt het niet. Er staat duidelijk geschreven dat er na sprong 10 geen nieuwe sprongen meer zijn beschreven, maar dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Dat je dreumes op de route naar peuter en kleuter niet ook periodes heeft waarin niets lukt, waarin boosheid, frustratie en verdriet er toch echt gewoon bijhoren. En dat die lieve kleine peuter die de wereld probeert te begrijpen niet alles in een keer kan. 

Kind zijn is geen race om te zien hoe snel je kan tellen, kleuren benoemen, op één been staan of begrijpt waarom je op een stoeltje moet zitten in een kring. Het is maar een klein momentje in het leven waarbij jezelf ontwikkelen op een tempo wat bij jou past juist zo belangrijk is. En terwijl ik dit schrijf weet ik ook heel goed, dat ik dat wel eens vergeet.

Mag het op mijn/zijn manier?

Ook ik vergelijk mijn peuter wel eens met andere leeftijdsgenoten. En vraag mij regelmatig af waarom het niet lukt om iets met hem te ondernemen of hem uit te leggen wat ik bij andere peuters wel zie. Sociale activiteiten of spelletjes doen lijkt een grote uitdaging voor hem. En het avondeten begint standaard met “Mag ik een boterham?” 

Ik laat mij ook onzeker maken door de vragen die mensen uit mijn leven stellen. Het is een constante interne strijd, die mijn peuter waarschijnlijk net zo goed heeft, waarin ik mij afvraag waarom? Waarom trek ik mij dit als ouder aan? Wat reken ik mijzelf als moeder aan? Dat mijn peuter dingen doet op zijn eigen tempo, op zijn eigen manier? Saai is het in ieder geval nooit. Want als ik die zorgen van mij afzet en kijk naar dat interessante mensje wat in de rondte scharrelt, dan ontploft mijn hart van liefde.

Tot achter het behang en terug

Natuurlijk zijn er dagelijks zulke momentjes. Maar achteraf denk ik dan: ik hou van je. Weliswaar tot achter het behang en terug, maar ach wat deert het? Of dan hoor ik mijzelf iets zeggen tegen hem, een waarschuwing, roepend vanuit de keuken of gewoon in een reactie vanuit emotie. ‘Niet aan de schoenen van je broertje likken’. ‘De bal moet in de tuin blijven’. ‘Slecht idee, meneertje’. Vaak krijg een spiegel in de vorm van een peuter terug die roept: ‘NU’! Of letterlijk de woorden herhaalt die ik blijkbaar met regelmaat gebruik. ‘Niet doen, dan gaat het kapot’. ‘Hallo moppie’. ‘Ik heb een goed idee’.

Ik ook lief moppie. Ik heb ook een goed idee. Dat jij jezelf mag zijn. Sprongen mag maken als het jou uitkomt. En je boosheid mag uiten. Spelen op een manier die jou ontspanning geeft, in plaats van hoe het zou ‘moeten’. Je teleurstelling mag tonen en je grappige ideeën mag uitproberen, ook als mama wel eens denkt ‘Wat de f?’.  Want dan is het tenminste nooit saai.

Deel dit artikel