Straffen en belonen

Straffen en belonen

Deze twee lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch is er sprake van twee geheel verschillende dingen… Ik ga ze dan ook los van elkaar bespreken. Om te beginnen dus straffen.

Elk kind doet wel eens iets waar de ouders het niet mee eens zijn. Dingen waarvan een kind meestal al wel weet dat het niet mag. Zou een kind iets ’per ongeluk’ doen dan is de neiging tot straffen er amper. Je kunt dus stellen dat het kind bewust een grens over gaat. De grens die vader en/of moeder of een andere opvoeder, heeft gesteld. Logisch dat je het kind wilt laten weten dat dit echt niet de bedoeling is, dat dit niet kan. Straf. Dan ligt het aan de mate van zwaarte van ‘de daad’ welke straf in aanmerking komt. In eerste instantie kun je vertellen dat je het jammer vind wat er gebeurd is. Je teleurstelling zal het kind al aan het hart gaan. Bovendien houd je op die manier de boodschap bij jezelf, je spreekt vanuit je eigen behoeftes. Zorg daarbij altijd dat je spreekt over het gedrag van het kind. Het kind is immers niet fout maar zijn gedrag.

Doordat een kind meestal wel weet waar de grens ligt zal hij ook weten dat hij de grens gepasseerd heeft. Je kunt daar dus samen over in gesprek gaan als de leeftijd van het kind dat toelaat.

Straffen komt in zicht als het kind meerdere malen een grens over is gegaan. Zorg dan ook dat je dit vooraf verteld. Trek geen consequentie als een kind daar niet voor gewaarschuwd is. Je ontneemt je kind daarmee een kans. Een mededeling kan zijn; ‘Ik vind het jammer dat je nu weer te laat thuis bent. Het is niet de eerste keer. Gebeurt het binnenkort nog eens dan moet je de dag erna thuis blijven.’ Probeer ervoor te zorgen dat een straf in lijn is met de ‘overtreding’. Dat is het meest logisch voor je kind.

Er wordt wel gezegd dat je negatief gedrag moet negeren. Ik ben het daar niet als vanzelf mee eens. Een kind probeert op deze manier iets te vertellen. Reageer je niet dan zal het doorgaan, het voelt zich niet gehoord. Ga bij jezelf na of je weet wat de achterliggende oorzaak is bij het kind, of vraag het. Je zult verbaasd zijn over de zelfkennis van het kind. En vind je zo samen geen oorzaak, zeg dan gewoon waar het op staat. “Volgens mij zit jou iets dwars, ben je boos of heb je ergens verdriet om. Ik vind het fijner als je dan even lekker bij me op schoot komt zitten.” Natuurlijk vind een kind dat ook fijn!

Gaat je kind echt over je grens dan mag je best eens je stem verheffen, als dat incidenteel gebeurt merkt een kind de ernst. En ja, soms moet je een kind even weg sturen, iets ontzeggen. Echt straf geven dus. Van belang is en blijft, dreig nooit met iets dat je niet kunt waarmaken. En houd je aan de straf die je hebt gegeven, ook al is het kind de volgende dag in een prima humeur. Vervalt de straf dan verlies je je geloofwaardigheid als ouder.

En bedenk ook, hoe minder straf ingezet wordt, hoe doeltreffender het is…

Anneliese Jansen (1968)
www.anneliese-opvoedcoaching.nl