Tweelingzus wil hetzelfde kunnen als tweelingbroer

Tweelingzus wil hetzelfde kunnen als tweelingbroer

“Onze tweeling van vier is na de zomervakantie begonnen in groep twee. Mijn zoontje heeft twee weken geleden een werkboekje gekregen uit de ‘veilig leren lezen’ serie, omdat hij in de vakantie veel interesse in letters en woordjes heeft gekregen. Hij kan hier al zelfstandig uit werken. Mijn dochter, zijn tweelingzus, wilde natuurlijk ook zo’n werkboekje (ze zitten bij elkaar in de klas). Ook zij herkent alle letters en kan ze ook schrijven, maar mist nog het stapje ‘letters=klanken=woorden’ waardoor ze vastloopt.

‘s Ochtends is er een ouderinloop, waarin we samen een ‘werkje’ (lees: spelletje) doen wat de kinderen de dag ervoor hebben uitgezocht en klaargelegd. Dat is de laatste weken dus regelmatig uit het werkboekje werken.

Ze hoeft helemaal nog niet uit zo’n werkboekje te werken, dat weet ze ook. Maar ja, haar tweelingbroer heeft er ook één, dus… Ik heb haar geprobeerd uit te leggen dat het helemaal niet erg is als het nog wat te moeilijk is, dat het een boekje is uit groep 3 en dat ze het boekje gewoon nog even een paar weekjes (of langer) weg mag leggen. Dat we op zoek kunnen naar een ander boekje waar ze wél al uit kan werken. Dat wil ze niet.

Hoe maak ik het voor mijn dochter leuk om tóch iets anders te doen? Is er een methode/werkboekje waar alleen de letters geoefend worden, zonder dat er meteen woorden van gemaakt hoeven te worden? En zo ja, hoe breng ik het op zo’n manier dat ze het leuk vindt om een ander werkje te doen dan haar tweelingbroer?”

– Mijke

Antwoord van gezins- en opvoedcoach Anneliese Jansen:

“Als ik je verhaal zo lees gaat het nu als voorbeeld even over het werkboekje maar zal het vaker (gaan) voorkomen dat deze twee kids zich aan elkaar meten. Al heb je dat in elk gezin, het leeftijdsverschil zorgt vaak wel voor acceptatie bij kinderen. Dat geldt bij jouw kinderen niet, zij zijn even oud en verwachten en eisen hetzelfde. De kunst is om ze uit te dagen te zien dat zij elk andere kwaliteiten hebben. Ieder mens, elk kind, is goed in iets anders. Als je dat lukt, je dochter heeft vast ook iets waar ze in uitblinkt, dan hebben zij het niet meer nodig zich aan elkaar te meten. Natuurlijk is het ene kind wat meer prestatiegericht dan het andere, ook daar zul je tegenaan lopen. Probeer over te brengen dat het er niet toe doet hoe mooi of goed iets is geworden, maar of je er je best voor hebt gedaan en of je er plezier aan hebt beleefd. Succes!”

Anneliese Jansen (1968)
www.anneliese-opvoedcoaching.nl