Vaderemancipatie

Vaderemancipatie

Ik zit met mijn partner en Arthur te lunchen. Tussen kantoormannen in pak, wat studenten en een aantal moeders met kinderen. Naast ons zit een vrouw met een kind van net één. Vier maanden ouder dan Arthur. Zodra ze contact heeft met onze kleine, begint hij, zoals gebruikelijk, gul te glimlachen.

“Je lacht!” roept de vrouw blij uit. “Dat doet hij anders nou nooit”, is mijn inmiddels wat ingesleten respons. Ik erger me een beetje aan mezelf, moet toch iets nieuws verzinnen. Vervolgens – om te verbergen dat de lolbroek me eigenlijk het beste past – probeer ik de situatie te redden door te verklaren wat ik bedoel.

Ik werk thuis, wat de laatste acht maanden van mijn leven betekent dat ik niet veel aan mijn oorspronkelijke werk toekom. Veel dagen kost het me veel moeite om de kleine gelukkig te houden. Slaapjes, hapjes, luiers, spelletjes, wandelingetjes, voorleesmomenten. Er zijn dan vele uren waarin ik mijn baby haast niet zie lachen, iedere ouder zal het herkennen. Maar zo gauw hij een willekeurige kennis of vreemde ziet – iemand die een pakketje bezorgt, een vriend die langs komt, een tramconducteur – dan verschijnt zijn prachtige lach direct. Zijn PR is perfect. Iets wat hij bij mij niet meer nodig heeft. Zoiets vertel ik mijn buurvrouw in die lunchtent ook. Ze doet of ze luistert.

Ze kijkt door mij heen naar mijn vriendin en zegt: “Als moeder zal jij het vast herkennen wat ik vaak meemaak. Mijn kind lacht makkelijker naar iemand die langskomt dan naar mij als moeder, omdat ik de hele dag vanzelfsprekend bij hem ben. Heb jij dat nou ook?” Wat dacht het beste mens wat ik kort daarvoor zei? Ze zag en hoorde een man, dus het had duidelijk geen raakvlakken met haar belevingswereld. Om vervolgens met exact hetzelfde verhaal een bondgenoot te zoeken in mijn lief. Vreemd. Of eigenlijk: typisch ook.

Nooit heb ik me zo man gevoeld als in deze periode. Tijdens de zwangerschap viel dat nog mee, dat is simpelweg biologie. De rol van de vader en de moeder in onze maatschappij zorgt voor veel confronterende verschillen. Twee dagen vaderschapsverlof. Een complete vanzelfsprekendheid van de man als kostwinner. Ik voel het bij dit soort interacties, tijdens de lunch.

Bij de huisarts wordt ook over mij heen gekeken, mijn vriendin krijgt alle vragen. Die handige opklapbare commodes zijn altijd in dames-wc’s te vinden. En de zin “Wie past er nu op Arthur?” heb ik nog nooit gehoord, terwijl Carolien die kennelijk geregeld hoort als ze iets zonder ons doet.

Eerlijk gezegd maakt het mij als individu helemaal niets uit. Ik vind zo’n jonge moeder die selectief naar me luistert hooguit irritant. Maar ik voel ook dat deze emancipatiestrijd helemaal niet ten nadelen is van mijn geslacht. Oké, mijn vaderrol wordt misschien niet serieus genomen. Maar dat doet op geen enkele manier pijn. De pijn zit bij vrouwen die zich in dit land kennelijk nog zo in de oppermoederrol voelen gedreven. Alsof het echt niet anders kan. En dat is onzin.

Dan kan ik wijzen op regelgeving in andere landen. In Scandinavië en op sommige gebieden in Groot-Brittannië, waar geëmancipeerder wordt geleefd. Maar daar heb ik helemaal geen zin in. Om een emancipatie op gang te brengen is ten eerste een andere mind set nodig. Eentje waarin je naar andere signalen luistert. Bijvoorbeeld als je een vader een, in jouw oren, typische moederkwaal hoort omschrijven.