Buik- en rugdragers

Buik- en rugdragers

Veel baby’s vinden het heerlijk om gedragen te worden. En geef ze eens ongelijk! Je kunt je kind op je buik en rug dragen. Veiligheid speelt wel een belangrijke rol bij het vervoeren van je kind in een buik- of rugdrager.In dit artikel lees je meer over buik- en rugdragers.

Wij zetten alle punten voor je op een rijtje waar je op moet letten als je je kind in een buik- of rugdrager vervoert.

Buikdragers

Een buikdrager is een verzamelnaam voor alle systemen waarin je je kind aan de voorkant (dus op je buik) draagt. Er zijn verschillende typen:

  • Een draagzak waarin je baby rechtop gedragen wordt. Je baby kan met zijn gezicht naar jou kijken, of naar ‘buiten’ kijken. Let erop dat de eerste weken het hoofdje en de wervelkolom van je baby goed worden ondersteund.
  • Een draagzak waarin je baby horizontaal gedragen wordt.
  • Een draagdoek waarin je baby rechtop gedragen wordt. Je baby kan op verschillende manieren worden gedragen: op de buik, rug en zij. Een draagdoek is een doek, die door de drager zelf over de schouders kan worden geknoopt. Let bij het knopen goed op de gebruiksaanwijzing!

Tips voor een veilig gebruik van een buikdrager

  • Zorg dat de buikdrager voldoende steun geeft in de rug en het hoofd. Een jonge baby kan zijn hoofd namelijk nog niet goed zelf rechtop houden.
  • Een baby moet niet opzij kunnen gaan hangen.
  • Laat voldoende ruimte vrij voor armen en benen. Armen en benen mogen niet klem zitten.
  • De buikdrager moet in hoogte verstelbaar zijn.
  • Let erop dat je kind altijd vrij kan ademen.
  • Draag je kind nooit onder een dichte jas. Als een kind onder een jas wordt gedragen, moet het gezichtje altijd boven de jas uitkomen.
  • Wees extra voorzichtig met het gebruik van een buikdrager bij te vroeg geboren kindjes, zij hebben meer moeite om genoeg zuurstof op te nemen.
  • Hou de temperatuur in de gaten. De zon is gauw te warm op het hoofdje van een kind. Je kind zit stil en kan het snel koud krijgen.
  • Oefen eerst met omdoen, afdoen, openen, sluiten en eventueel knopen zonder kind.
  • Let er bij elk gebruik op of de sluiting goed dicht klikt.
  • Gebruik de buikdrager niet als de banden kapot of versleten zijn.
  • Let erop dat je evenwichtspunt verandert bij het dragen van een buikdrager.
  • Let bij het gebruik van een draagdoek dat je de draagdoek goed knoopt (volg de gebruiksaanwijzing) en dat je kind niet volledig bedekt is met de doek. Controleer bij een knoopdoek de knoop regelmatig of deze nog goed vast zit.

Rugdragers

Een rugdrager is een soort rugzak met een frame en een ingebouwd stoeltje. Je kunt je kind vervoeren in een rugdrager vanaf het moment dat hij goed zelfstandig kan zitten (6 – 9 maanden).

Tips voor een veilig gebruik van een rugdrager

  • Zorg dat je kind voldoende steun krijgt in zijn rug.
  • Het kind moet niet te ver opzij kunnen gaan hangen.
  • Een rugdrager met een verstelbaar zitje heeft de voorkeur.
  • Een goede rugdrager laat voldoende ruimte vrij voor armen en benen.
  • Gebruik geen rugdrager als het gewicht van je kind meer is dan het maximale gewicht van de rugdrager.
  • Kijk of de rugdrager op de grond kan blijven staan als het kindje erin zit.
  • Neem regelmatig een pauze en haal je kind dan uit de drager.
  • Hou de temperatuur in de gaten. De zon is gauw te warm op het hoofdje van je kind (gebruik dan ook een petje ter bescherming tegen de zon). Als het koud is, is het snel te koud voor een stilzittend kindje.
  • Laat je kind niet alleen in de rugdrager, gebruik het stoeltje niet als kinderstoel, daar is het niet stabiel genoeg voor.
  • Let erop dat je evenwichtspunt verandert bij het dragen van een rugdrager.
  • Zet een kind altijd vast met het tuigje. Zo kan je kind niet opstaan of uit de rugdrager vallen.
  • Wees extra voorzichtig met vooroverbuigen, bukken of leunen.
  • Je kind zit hoger. Let dus op bij lage doorgangen dat je kind zijn hoofd niet stoot.
  • Let er altijd goed op dat de sluiting goed dicht klikt.
  • Gebruik de rugdrager niet als de banden kapot of versleten zijn.
  • Til de rugdrager altijd op aan de banden, vlakbij het frame. Anders kan de drager omvallen.
  • Let op dat er geen vingers bekneld raken tussen het frame.

Let op: Draag je kind nooit in een buik- of rugdrager tijdens het koken, op de fiets, in de auto, op de motor of tijdens het sporten!

Bron: Consument en Veiligheid
www.veiligheid.nl