Zo leert je baby praten

Zo leert je baby praten

‘En praatje baby al een beetje?’ Dat is naast ‘loopt je baby al’ een van de standaardvragen die ouders gesteld wordt door vrienden en kennissen. Veel ouders vergelijken hun baby´s. Dat is aan de ene kant natuurlijk leuk, aan de andere kant kun je daar knap onzeker van worden. Want wat als jouw dreumes van achttien maanden alleen nog maar ‘mama’ zegt, terwijl het drie maanden jongere buurmeisje je al de oren van je hoofd kletst? In dit artikel lees je hoe je baby leert praten.

Al in de buik begint je baby geluiden uit zijn omgeving te herkennen. Hij hoort jouw stem, maar ook de stem van zijn vader, muziek en het blaffen van de hond. Hij hoort hoe je praat als je vrolijk bent, maar ook hoe je ruzie maakt of hoe je stem klinkt als je moe bent. Veel voorkomende patronen gaat hij dan ook herkennen en dat wekt vertrouwen. Je baby weet dus al heel veel van de melodieën in spraak die hij straks tot in de kleinste lettergreep stap voor stap gaat leren.

Jeannette van der Stelt is logopedist en orthopedagoog en werkzaam op het gebied van de menselijke spraakcommunicatie. Zij is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en deed veel onderzoek naar spraak- en taalontwikkeling bij baby’s. Jeannette: “Er wordt altijd naar het eerste woordje gevraagd. Dat is maar een deel van het geheel, want spraak- en taalontwikkeling is zoveel meer dan het zeggen van woordjes. Het gaat om communicatie.

Een kind dat zelf nog geen woordjes spreekt, begrijpt misschien al heel goed wat zijn moeder bedoelt als ze zegt ‘we gaan eten’. Terwijl een kind dat ‘eten’ zegt het woord helemaal niet zo hoeft te gebruiken zoals volwassenen dat doen.” Ons communicatiesysteem is complex. Naast de woorden die we zeggen, hebben we ook een bepaalde intonatie en ook de non-verbale communicatie als gezichtsuitdrukking en lichaamshouding spelen een grote rol in hoe jouw boodschap op je kind overkomt. Jeannette: “Als je met harde stem en met een frons zegt hoe lief je je kind vindt, is de kans groot dat hij gaat huilen.

Maar andersom gaat het natuurlijk ook op. Veel ouders zijn verbaasd dat hun ondernemende baby maar niet luistert als ze tot tien keer toe ‘nee’ hebben gezegd als hij aan de knopjes van de stereo-installatie zit. Waarschijnlijk vinden ze het ergens ook wel grappig om te zien hoe hun kind op onderzoek uit gaat. Ze fronsen dus niet en hebben misschien zelfs een glimlach op hun gezicht terwijl ze het hun kind verbieden. En dat is wat de baby ziet: een glimlach van zijn vader of moeder. Niet zo gek dus dat hij doorgaat met het bedienen van de radio.”

Moeilijk te meten

Taalontwikkeling bij baby’s is niet makkelijk te meten door bijvoorbeeld naar het aantal woordjes dat een kind zegt te vragen. Dit komt doordat de interpretatie van de ouders subjectief is. Wat de ene ouder als kletsen ervaart, vindt de andere ouder misschien gewone geluiden die zijn baby maakt.

Jeannette: “Met ongeveer drie maanden zeggen veel baby’s ‘achre’. Als er op het consultatiebureau gevraagd wordt aan de ouders of het kind al wat zegt, dan zeggen sommige ouders dat hun kind inderdaad iets als ‘rare’ zegt, maar er nog niets mee bedoelt. Een andere ouder zal antwoorden dat zijn kind nog niets zegt omdat hij vindt dat ‘iets zeggen’ een verstaanbaar woord met betekenis moet zijn.” Het is een feit dat het moeilijk is voor een kind om te leren praten. Hij leert het niet van de een op de andere dag. Het is een complex proces. Sowieso spelen er allerlei randvoorwaarden mee die nodig zijn om überhaupt te kúnnen praten.

Voor een kind met een schisis, een open gehemelte, is het veel moeilijker om goed te leren praten. Dit geldt natuurlijk ook voor kinderen waarvan de ogen of de oren minder goed werken. Wist je dat als je baby drinkt, dat dat al een voorbereiding is op het leren praten? Door te eten en te drinken maakt hij namelijk mondbewegingen die hij nodig heeft om later al die verschillende klanken uit te kunnen spreken.

Stimuleer je baby

Een kind krijgt dus al oor van zijn moeders taal als hij nog veilig in de baarmoeder zit. Natuurlijk kun je ook tegen de baby in je buik praten, maar ook als je dit niet doet, dan zal hij je stem toch herkennen als hij geboren is. Maar hoe kun je de spraakontwikkeling van je baby eigenlijk stimuleren als hij eenmaal geboren is? Jeannette: “Kijk naar je baby en maak contact.

Heeft hij alle aandacht voor je of kijkt hij langs je heen? Als je geen oogcontact hebt, volg je zijn blik. Kijkt hij geïnteresseerd naar een mobile die boven zijn hoofd hangt, dan zet je deze aan en vertel je over de kleuren en figuurtjes van de mobile. Waarschijnlijk gaat je stem automatisch omhoog als je tegen je baby praat en trek je een vrolijk gezicht met grote ogen. Allemaal erg aantrekkelijk voor je baby! Baby’s hebben tot ze zo’n vier à vijf maanden zijn veel oog en aandacht voor hun moeder. Dit lijkt wel een foefje van Moeder Natuur, want in deze periode wordt de basis van de communicatie gelegd. Uitbuiten dus deze periode!” Naast de blik van je baby volgen en veel contact maken, kun je ook steeds praten over wat je aan het doen bent. Vertel bijvoorbeeld dat je de aardappels schilt, dat jullie je jas aantrekken om naar de supermarkt te gaan en dat je zalf op de billen van je baby doet omdat ze rood zijn.

Jeanette: “Hou de boodschap wel kort en koppel wat je zegt aan wat je doet. Als je koffie aan het zetten bent en tegelijkertijd vertelt dat jullie volgende week naar opa en oma gaan, kan je kind daar natuurlijk geen touw aan vastknopen. Forceer het praten tegen je kind niet. Ben je zelf niet zo’n prater, ga dan niet alles benoemen wat je aan het doen bent. Dit gaat tegen je natuur in en dat houd je niet vol.” Naast benoemen wat jij doet, kun je natuurlijk ook benoemen wat je kind aan het doen is. Speelt hij met de blokken, dan zeg je bijvoorbeeld: “Goed zo, zet het blauwe blokje er maar op”. Op die manier stimuleer je zijn taal, leert hij kleuren en moedig je hem ook nog eens aan waar hij mee bezig is. Drie vliegen in één klap dus!

Cognitieve, brabbel- en woordjeskinderen

Zegt jouw dreumes nog lang niet het aantal woordjes dat er op het consultatiebureau van hem verwacht wordt? Dan hoef je je daar niet meteen zorgen om te maken. Misschien behoort jouw kind wat betreft taalontwikkeling wel tot de ‘cognitieve kinderen’. Jeannette: “Cognitieve kinderen begrijpen enorm veel, maar zeggen weinig. Als je met je partner bespreekt dat jullie weer eens moeten stofzuigen, dan vliegt je kind naar de kast waar de stofzuiger staat. Hij begrijpt dus donders goed waar jullie het over hebben, maar benoemt het niet.” Naast cognitieve kinderen heb je ook ‘woordjeskinderen’. Zij trekken je aandacht door bijvoorbeeld ‘mama’ te zeggen of een ander geluid te maken en zeggen dan bijvoorbeeld ‘poes’ waarbij ze wijzen naar de poes die in de tuin loopt. En dan heb je nog de ‘brabbelkinderen’.

Jeannette: “Brabbelkinderen kletsen veel, maar voor zijn omgeving is er geen touw aan vast te knopen wat hij allemaal vertelt.” Wat voor type prater jouw kind ook is, het is belangrijk dat je de communicatie afstemt op zijn niveau. Van een kind van amper een jaar kun je nog niet verwachten dat hij veel woorden zegt. Maar van een kind van anderhalf mag je best wat meer verwachten dan dat hij alles alleen nog maar ‘die’ noemt. Jeannette: “Ouders spelen hier een grote rol. Als je je dreumes bij ‘die’ ook altijd aanreikt wat hij wil, dan wordt hij niet getriggerd om de dingen te benoemen. Waarom zou hij? Hij krijgt toch wel wat hij hebben wil. Je kunt je kind stimuleren woorden te zeggen door hem te laten kiezen en er een open vraag bij te stellen, zoals ‘Wil je een appel of een banaan’?”

Nuttige driftbui

Veel ouders merken dat hun kind boos, driftig en gefrustreerd wordt, als hij niet begrepen wordt. In hun hoofd weten ze precies wat ze willen, maar ze kunnen het niet altijd goed overbrengen. Had je kind appelsap in een rode beker in gedachten, kom jij doodleuk aanzetten met thee in een blauwe beker. Dat was niet de bedoeling! Hij werpt zich op de grond, wordt boos en begint te huilen. Voor jou is het nu gissen wat hij dan bedoelt. Volgens Jeannette kunnen dit soort driftbuien nuttig zijn omdat het net dat duwtje in de rug kan zijn om toch duidelijk proberen te maken wat hij bedoelt door iets te gaan zeggen. De woede en frustratie zijn een extra stimulans voor je baby om te leren praten.