Keizersnede

Bij een keizersnede wordt je baby niet via je vagina geboren maar via je buik met een buikoperatie. Een keizersnede kan van tevoren al vaststaan, bijvoorbeeld omdat het kind een ligging heeft die bevallen op een natuurlijke manier onmogelijk maakt. De reden voor een keizersnede kan ook tijdens de bevalling zelf ontstaan door het optreden van complicaties.

Bij een keizersnede word je in de meeste gevallen verdoofd met een ruggenprik, waarbij alleen je onderlichaam wordt verdoofd. Op die manier kun je dus wel de geboorte van je kind meemaken. Het herstel na een keizersnede duurt ongeveer zes weken. Je zult de eerste dagen na de bevalling ook in het ziekenhuis moeten blijven voor herstel.

Voor een keizersnede kan onder andere worden gekozen bij een ongunstige ligging van je baby zoals een dwarsligging, bij een meerlingenzwangerschap, als je bekken te smal is waardoor er geen kind doorheen past en bij een voorliggende placenta. Als je bij een eerste bevalling een keizersnede hebt gehad, dan betekent dit niet automatisch dat elke volgende bevalling ook via een keizersnede moet plaatsvinden.