Luisteren

De aandacht op bepaalde geluiden richten om informatie te verkrijgen. Om te kunnen luisteren moet het gehoor van de baby in orde zijn. Baby’tjes beginnen min of meer bewust te luisteren als ze circa acht à tien weken oud zijn en vanaf dat moment gaan ze ook leren geluiden te onderscheiden. De maanden daarna zijn van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de luistervaardigheid. Veel tegen de baby praten in een omgeving zonder al te veel achtergrondgeluiden (radio, televisie, huishoudelijke apparaten) in deze periode stimuleert het baby’tje om te luisteren. Het kind laten spelen met speelgoed dat geluidjes voortbrengt, stimuleert eveneens de luistervaardigheid. Wanneer het kind ongeveer negen maanden oud is, wordt het gehoor, dat een centrale rol speelt in de ontwikkeling van de luistervaardigheid, getest (zie: Ewingtest).
In verband met kinderen die wat ouder zijn, is luisteren in de praktijk vrijwel synoniem met gehoorzamen. Kinderen worden geacht naar hun opvoeders te luisteren c.q. die te gehoorzamen. Zodra een kind in staat is om te luisteren, komt het echter regelmatig voor dat het weigert te luisteren. Niet willen luisteren is niet alleen een uiting van een machtsstrijd die het kind met de ouder aangaat, maar hangt ook samen met het ontdekken van de eigen grenzen en met het experimenteren met de eigen invloed van het kind op zijn of haar omgeving. Wanneer een peuter niet luistert naar zijn of haar ouder of opvoeder doet de laatste er dan ook goed aan dit niet meteen als een ondermijning van zijn autoriteit te beschouwen.

Kinderen leren vooral luisteren oftewel gehoorzamen door duidelijke regels en consequent gedrag van de ouders. De regels stellen de grenzen waarbinnen het kind een zekere vrijheid van handelen heeft. Wanneer die grens overschreden dreigt te worden, wordt de ouder of opvoeder echter geacht te reageren en van het kind te verwachten dat het de grenzen niet overschrijdt.