Vroeggeboorte

Van een vroeggeboorte is sprake als je baby tussen de 20 en 37 weken zwangerschap wordt geboren. Vanaf 24 weken is er een overlevingskans voor je kindje. Hoe groot die kans is, hangt af van hoeveel weken je zwangerschap gevorderd is en van de conditie van je baby. Hoewel er zeker overlevingskansen zijn voor zeer vroeg geboren baby’s, kan een vroeggeboorte wel grote gezondheidsproblemen meebrengen. Vanaf week 34 zijn de gezondheidsrisico’s voor je baby nauwelijks groter dan wanneer hij op tijd zou worden geboren.

De grootste risico’s bij een vroeggeboorte zijn onrijpe longen, hersenbloedingen en een lage weerstand tegen infecties. Het is vaak niet duidelijk waardoor een kindje te vroeg wordt geboren.

Mogelijke oorzaken ervoor zijn een loslatende placenta, een meerlingenzwangerschap, een infectie in de baarmoeder of een infectieziekte van de moeder, bloedverlies, roken en alcohol drinken. Dreigt er een vroeggeboorte, dan krijg je vaak weeënremmers die de geboorte met een paar dagen kunnen uitstellen. Je krijgt ook injecties met corticosteroïden om de longrijping bij je kindje te versnellen.