Babymuseum

Babymuseum

Er is een babytour in het Gemeentemuseum Den Haag. Leuk initiatief. Uiteraard houden baby’s van kunst, vooral van Mondriaan blijkt. Maar echt nodig hebben de allerjongsten dit natuurlijk nog niet. De rest van de wereld kan juist veel van hun kijk op de wereld leren. Ik leer tenminste elke dag van Arthurs pure blik. Meer dan ik ooit in een museum zal doen.

Neem een loopje over het pleintje waaraan wij wonen. In mijn eentje staan hier wat huizen, er is een grasveld, wat bomen en er is een weg die ons naar de rest van wereld leidt. Met Arthur wordt het echter een heel avonturenpark.

De buurman blijkt dan een tuinkabouter te bezitten waar tegen gebrabbeld moet worden. Het grasveld bestaat opeens niet uit een eenvormige vlakte, maar is een oerwoud met verschillende tinten groen, geel en bruin. Overal moet even gecontroleerd worden of het wel zo voelt als de vorige keer. En wat blijkt? Dat is nooit zo. Op een zonnige dag is het anders dan op een regenachtige. Op een zondag voelt en klinkt het anders dan op woensdag.

Ook elke straatsteen is een wereld op zich. Een mini-beestje hier, een onregelmatige voeg daar. Ik voel me keer op keer bevoorrecht dat ik met onze scherpe observator op ontdekkingstocht mag.

Ook de buren kennen Arthurs expertise. In mijn eentje voer ik hooguit praatjes over verstopte gootstenen en een volle papiercontainer. Met Arthur zijn de gesprekken stukken diepzinniger. Zijn kijk op ons stukje wereld ploegt ook de fantasiewereld van mijn keurige buren om.

Ze beginnen over sprookjesfiguren, gaan gekke dansjes doen, trekken gekke bekken. Zorgen om overtollige oud papier verdwijnen. Sterker nog, het duffe karton verandert plotsklaps in prachtige bouwsels.

Vooruit, baby’s naar het Gemeentemuseum trekken is leuk bedacht. Maar als bedankje voor hoe ze ons de dingen laten zien, stelt het natuurlijk niet veel voor.