Baby’s herkennen woordgrenzen

Baby’s herkennen woordgrenzen

Je zou denken dat baby’s onze woorden als één grote brij ervaren, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Je uk kan namelijk al vanaf de geboorte die grote brij geluiden opdelen in stukjes. Jij kunt dat op een andere manier ook.

Baby’s herkennen dus ‘woordgrenzen’ in gesproken taal. Daar maken ze als het ware een soort van bouwsteentjes van. Eerder was al bekend dat het menselijk brein gericht is op het eerste en het laatste gedeelte van een woord. We onthouden vooral de eerste en de laatste lettergreep van een woord. Onderzoekers van de Universiteit in Triëst en Udine in Italië hebben dit fenomeen nu ook aangetoond bij pasgeboren baby’s.

Test het zelf

Oudere kinderen en volwassenen kunnen dit eigenlijk op een andere manier ook: bij het lezen blijkt dat we al genoeg hebben aan de eerste en laatste letter van een woord om de zin te begrijpen. De overige letters kunnen gehusseld worden. Kijk hier maar eens naar:

Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het neit uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiutse patals saatn. De rset van de ltteers mag wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we neit ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel. (Bron: Taalcanon, Is spelling taal?)

Ook baby’s slaan het woordbegin en woordeinde beter op dan wat er tussenin staat. We kunnen vooral kleinere stukjes aan elkaar plakken tot een groter geheel, en omgekeerd grotere stukken opdelen in kleinere onderdelen.

Te dik haar blijkt handicap bij onderzoek

De Italiaanse onderzoekers ontdekten deze vaardigheid van baby’s door hersenactiviteiten zichtbaar de maken in 3d-beeld. Een grappig detail daarbij: één baby had te dik haar om hersensignalen door te laten en kon daardoor niet meedoen.

Leuk om te weten!!

Baby’s zijn dus slimmer dan je zou denken. Niet alleen het Italiaanse onderzoek bevestigt dit. Dankzij taalonderzoek bij baby’s wordt steeds duidelijker welke vaardigheden ze hebben en wanneer ze die ontwikkelen. Een paar voorbeelden (bron: Radboud Universiteit Nijmegen):

  • Pasgeborenen horen liever hun moedertaal (bijvoorbeeld Nederlands) dan een andere taal met een heel ander ritme (bijvoorbeeld Japans).
  • Pasgeborenen horen liever taal dan niet-taal.
  • Pasgeborenen herkennen hun moeders stem en horen die liever dan andere vrouwenstemmen. Sterker nog: al in de baarmoeder doet mama’s stem hun hartje letterlijk sneller kloppen.
  • Met twee maanden (rond sprong 2) kijken baby’s naar hun moeder als ze praat en imiteren ze haar gezichtsbewegingen.
  • Met vijf maanden (rond sprong 4) kunnen Amerikaanse kinderen het verschil herkennen tussen hun eigen taal en een ritmisch verwante taal, zoals Nederlands. Spaanse kinderen horen weer het verschil tussen Spaans en Catalaans. Naar Nederlandse kinderen loopt het onderzoek nog.
  • Vanaf zes maanden (rond sprong 5) brabbelen baby’s alleen klanken uit hun moedertaal.
  • Met acht maanden (rond sprong 6) onthouden kinderen woorden uit voorgelezen verhaaltjes nog minimaal twee weken.
  • Rond de 18 tot 21 maanden begint ‘het echte werk’: kinderen leren dagelijks zo’n negen nieuwe woorden.