Stuitligging

De meeste baby’s liggen een paar weken voor de uitgerekende datum netjes met hun hoofd naar beneden in de goede positie voor de geboorte. Sommigen liggen echter met hun hoofd naar boven en met hun billen naar beneden. Dit wordt een stuitligging genoemd. Je hebt verschillende soorten stuitliggingen: onvolkomen stuitligging, volkomen stuitligging, half onvolkomen stuitligging en voetligging.

Als de stuitligging op tijd, dat wil zeggen bij uiterlijk 36 weken zwangerschap, wordt ontdekt, dan kan de verloskundige proberen het kindje in de goede positie te draaien. Dit wordt ook wel een uitwendige draaiing of versie genoemd. Een alternatieve methode is om te kijken of je baby uit zichzelf omdraait door middel van moxatherapie, een vorm van acupunctuur. Als je kindje in stuit blijft liggen, dan kun je nog wel op een natuurlijke manier bevallen. Dit moet wel in het ziekenhuis plaatsvinden, omdat de geboorte meer risico’s kan meebrengen. Soms beslist de gynaecoloog dat er een keizersnede nodig is.

Dit is ook afhankelijk van de soort stuitligging waar het om gaat. Laat je goed voorlichten over de risico’s van een uitwendige draaiing en over het natuurlijk bevallen bij een stuitligging, dan kun je een weloverwogen beslissing nemen. Als je kindje in stuit heeft gelegen, wordt je aangeraden om bij de leeftijd van drie maanden een echo van zijn heupen te laten maken. Een kindje in stuit heeft namelijk een iets grotere kans op heupdysplasie.