Loslopen

Loslopen

Ik heb mijn rechter wijsvinger weer terug. Arthur loopt nu al meer dan een week overal zelfstandig heen. Naar plekken vooral die ik nooit eerder als eindbestemming zag. Blijkbaar is elke plantenpot, elke voeg, elk steentje een universum op zich. De ontdekkingsreis is naar een andere dimensie gesprongen.

Minutenlang kan het jochie zich vermaken met zaken die voorheen onzichtbaar voor me waren. Mijn buren blijken allerlei bloemen en planten voor het huis te hebben staan die zijn volle aandacht vragen.

Het is behoorlijk prettig. Van een afstandje kan ik hem nu bestuderen. Ik hoef niet met zijn energie-niveau mee. Als ik me tactisch opstel kan ik soms wel vijf minuten op mijn plek blijven zitten.

Het lastigste vind ik andere ouders. Of liever, het lastigste vind ik mezelf als er andere ouders in de buurt zijn. Ik merk dat zij, al dan niet onbewust, invloed hebben op hoe ik met Arthur omga. Dat de aanwezigheid van een ander mens invloed heeft op mijn gedooggrens. Over hoeveel ik hem in zijn mond laat stoppen bijvoorbeeld. Arthur is vijftien maanden, dus dit doet hij voortdurend.

Als hij zelf heeft ontdekt hoe vies iets smaakt, lijkt hij voorgoed genezen. Dus als het niet al te ranzig lijkt, hou ik hem niet per se tegen. Hij leert er juist van.

Maar als er een andere ouder bij is, dan veranderen mijn regels. Opeens mag hij iets niet meer wat hij al de hele tijd doet. Dat vindt die andere opvoeder vast niet goed, kruipt het mijn hoofd in. Wat mijn dreumes dus vooral leert, is hoe inconsequent, hoe hypocriet, zijn vader blijkt te zijn.

Ik moet dit toch echt eens meer los te zien laten. Als er iets is dat ik in deze kortste vijftien maanden van mijn leven heb geleerd, dan is het dat ik veel meer van mijn kind leer dan andersom.