Slaapritme

Het slaapritme verschilt per kind, toch is er een soort lijn in te herkennen.

Het slaapritme verschilt per kind, toch is er een soort lijn in te herkennen. In dit artikel lees je hoe deze lijn in slaapritme ongeveer verloopt.

Pasgeborene

Als pasgeborene slaapt het kind naar behoefte, de baby moet nog wennen aan onze wereld en regelt zelf wanneer het vermoeid is en in slaap valt. Uiteindelijk valt daar een ritme in te herkennen of kun je zelf proberen daar een structuur in aan te brengen.
Dat ritme zal beginnen met 3x slapen per dag en gaat al snel, zo rond 6 maanden, naar 2 x slapen per dag. Meestal in de ochtend 1,5 tot 2 uur en in de middag weer. Rond 1 jaar wordt een overgang gemaakt naar 1x slapen, die overgang zal geleidelijk gemaakt worden, soms 1x, soms 2x per dag.

Rond 3 jaar

Rond 3 jaar is ook het middagslaapje vaak niet meer nodig. Je kunt het moment van overgang herkennen aan een kortere nachtrust, slaapt je kind ineens later in of wordt het vroeger wakker dan kun je de slaapjes van overdag wat inkorten en/of afbouwen.

Let op:

dit is een algemene richtlijn, er zijn kinderen die met weinig slaap af kunnen en er zijn kinderen voor wie de rust nog heel belangrijk is. Als een peuter niet elke keer gaat slapen in de middag is toch het rustmoment van belang, even afgezonderd van het drukke dagelijkse leven. Ook al ligt je kind te zingen of lekker te kletsen, rusten doet het wel dus gewoon nog even erin houden dat moment!

Momenten van onrustig slapen

Momenten van onrustig slapen kunnen ontstaan als het kind een drukke dag heeft gehad, te moe is (dus overprikkeld). Denk eens aan jezelf, als je thuis komt van een verjaardag of vergadering. Stap je dan gelijk in bed dan lig je vaak ook nog een tijd wakker en kun je de slaap niet vatten. Volwassenen weten dan wat te doen, er nog even uitgaan of toch lekker blijven liggen en tot de rust komen om in slaap te vallen. Baby’s hebben niet veel meer communicatie middelen dan huilen. Een reden waarom een baby het soms nodig heeft om zich in slaap te huilen. Vaak herken je als ouders wel het huiltje en zijn vertaling, pijn, honger, boosheid of jengelen… Ga daarom ook zorgvuldig om met het gebruik van een babyfoon, iedereen maakt voor en in zijn slaap geluiden, als een baby stevig huilt dan hoor het het vast door het gehele huis, met een babyfoon voel je bij elk kuchje en kreuntje onrust in jezelf en de dwang om te gaan kijken.

Momenten van onrustig slapen kunnen zo rond 9 maanden ontstaan, het moment dat een baby begint te dromen. Rond 2 ½ – 3 jaar begint de fase van Magisch denken en realiseert de peuter dat hij een eigen ‘ikje’ is, ook dat kan invloed hebben op het slapen.

Al deze feiten nemen de slaapproblemen niet weg maar kunnen wellicht zorgen voor begrip richting je kind…succes!

Anneliese Jansen (1968)
www.anneliese-opvoedcoaching.nl