Melkgebit

Het geheel van twintig tanden en kiezen die zich bij het kind in zijn of haar vroegste jeugd ontwikkelen en na het zesde jaar door andere worden vervangen. Het tijdstip waarop de eerste melktanden doorbreken varieert van kind tot kind: sommige kinderen krijgen in hun zesde levensmaand al de eerste melktand; bij andere duurt het een paar maanden langer voordat de eerste melktanden zich aandienen.

De laatste elementen van het melkgebit zijn meestal doorgebroken als de baby een peuter is geworden (op circa twee en een half- à driejarige leeftijd).
Het doorbreken van de melktanden begint vaak met rode en enigszins gezwollen verhevenheden op het tandvlees. Vaak gaat dit gepaard met kwijlen. De baby kan er behoorlijk veel last van hebben en er zelfs enige tijd huilerig van worden. Ook kunnen koorts en dunne ontlasting optreden. De pijn kan worden verlicht met behulp van een bijtring.

Op ongeveer zesjarige leeftijd begint het kind het melkgebit te ‘wisselen’: de melktanden en –kiezen worden verdreven door de blijvende gebit.

Het melkgebit is vrij kwetsbaar voor cariës en het is dan ook raadzaam om met tandenpoetsen te beginnen zodra het melkgebit is doorgebroken. Poetsen met een peutertandenborstel is voldoende. Het is raadzaam om ten minste eenmaal per dag met speciale peuterpasta met fluoride te poetsen. Als er wat meer tanden en kiezen zijn doorgebroken, kan men tweemaal daags gaan poetsen met een peuterpasta.