Alles/niets goed doen

Alles/niets goed doen

Tijdens een feestje was ik Arthurs tuitbeker vergeten. Ik gaf hem wat water uit een gewoon glas. Iets meer gedoe, maar geen enkel probleem. De vrouw naast me begon vervolgens af te geven op de gemakzucht van al die tuitbekergevers. Toen ik zei dat ik de onze simpelweg vergeten was, keek ze me vuil aan. Ik was er dus ook zo een. Tuitbekergever blijkt een hokje en ik pas er – als ik haar frons mag geloven – prima in.

Alles wat je doet kan iemand tegen de borst stuiten. Ik had al zo’n vermoeden, maar sinds Arthur in mijn leven is, weet ik het zeker. Ik blijk ook feilloos in het sandaaltjesdragershokje te passen, bleek laatst.

Arthur is nu bijna een jaar en kan aan de hand lopen. Dit deed hij ook bij de winkelketen die we bezochten. Een vrouw achter een kinderwagen zei met veel spot in haar stem dat onze baby mooie sandaaltjes droeg. Vervolgens wat gemeenplaatsen over de ontwikkeling van onze kinderen. Tot slot richtte ze zich tot haar dochtertje en zei “Nou, jij hoeft die schoentjes niet, toch?”

Wat me ook opvalt is dat de woorden “je moet het helemaal zelf weten” altijd worden gevolgd door “maar” en een verhandeling over een noodlottige toekomst. Voeding, kleding, beweging, muziek, televisie. Er is geen onderdeel van het leven waar je baby niet aan ten onder kan gaan.

Je zal al dit gefrons en al deze goed bedoelde adviezen maar serieus nemen. Ik zou geen oog meer dicht doen. Gelukkig is het eenvoudig om te draaien. Het maakt niet uit wat je doet. Er zal altijd wel iemand zijn volgens wie je het verkeerd doet. Een bevrijdende gedachte zijn. Het nooit goed doen komt in wezen op het altijd goed doen neer. We kunnen lekker blijven aanmodderen.