Hipsters ontmaskerd door dreumes

Hipsters ontmaskerd door dreumes

Op zaterdagnamiddag belandden we op een of andere manier in een tent waar we helemaal niet pasten. Zo gaat dat soms. We wilden met een groep vrienden eten en gingen de dichtstbijzijnde zaak in. Een hippe keet, waar het zonder kinderen gebruikelijk is dat je je retecool gedraagt. Voor mensen met kinderen zijn er geen regels, die komen er namelijk nooit. Op ons na, die middag.

Ik ben er inmiddels wel aan gewend. Als ik met Arthur ben dan heb ik me bij voorbaat uitgegumd. De laatste weken loop ik overal waar hij heen gaat mee, met een gestrekte rechterwijsvinger. De laatste dagen lijkt het meer gewoonte dan noodzaak. Hij kan vast al continu loslopen, maar op een of andere manier durven we het beiden nog niet aan.

Zo sta ik dus al weken naar langs mij heen grijnzende mensen te kijken. Alles wat ik zeg is “dertien en een halve maand” en “Arthur”. Voor meer ben ik niet nodig. Het principe van publiek dat naar de pop kijkt en vergeet dat er een poppenspeler is. Alleen dan andersom, iedereen kijkt alleen naar mijn speler.

In deze tent was het ietsepietsie anders. Arthur zorgde voor verwarring. Probeer maar eens hip te doen als iemand van dertien maanden voor je neus een bierviltje in z’n mond stopt. Je IPA-biertje en je tapa’s worden er spontaan een pilsje met een stukje leverworst van.

Het mooie was dat ik me nooit eerder zo op mijn gemak heb gevoeld in zo’n tent. Dat ik er nog onzichtbaarder kon worden dan ik me er voorheen al voelde, dat snap ik inmiddels wel. Maar dat zo’n klein jongetje me kon wijzen op iets waar ik nooit echt de vinger op heb kunnen leggen, is behoorlijk magisch. Gebakken lucht smaakte nog nooit zo goed. Haast jammer dat ik binnenkort mijn wijsvinger weer terug zal hebben.